Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen met een Duitsche, die hij na enkele dagen insgelijks haar afscheid gaf.

De laatste vijf jaar na zijn promotie had hij uiterlijk kalm geleefd, en in 't jaar van zijne verloving gedroeg hij zich onberispelijk, zoodat zijne vroegere kennissen zich over hem verbaasden, maar telkens nu en dan ongeloovig elkaar aankeken.

„Zouden ze in de kerk trouwen?" vroeg Willy.

„Zeker; ten minste dat denk ik stellig, 't Hoort er zoo bij."

„Ja, 't is eene aardige vertooning," zei Willy scherp.

„Hoor Wil," zei Anna schertsend, „en jehadt straks haar gezicht in de kerk eens moeten zien! Eén en al aandacht. Ik kon hare gedachten raden."

„Zag je jezelf in de plaats van de bruid?" fluisterde Marie Staalbeek met een blik naar George. Willy kleurde even.

„O maar," protesteerde zij, „ik zeg niet, dat het altijd vertooning is, maar van Marie van Straten en Zenneveld zou 't dat zeker zijn. Dat heele huwelijk is immers een parodie."

„Ph! dat zegt nogal wat," viel Willem in.

,,'t Is toch zoo; ze kan immers niet van dien man houden."

„Waarom niet? De mantel der liefde bedekt veel," zei Marie langzaam.

„Nu ja, maar niet alles. Ik vind 't een schande, dat zoo'n man nog een vrouw krijgt," zei Willy opgewonden.

,,'t Is een geluk; de eenige manier om hem voor goed op 't rechte pad te houden," hernam Anna.

Willy lachte even met spot in hare oogen.

,,'t Is te hopen dat Marie van Straten zich die

Sluiten