Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

;,Natuurlijk niet, maar ik bedoel het oordeel van de beste."

„Eigenlijk is het genoeg, dat van ééne te weten." Willem keek even lachend naar Willy; Marie en Anna lachten mee, begonnen toen dadelijk over iets anders.

De brug was bijna weer in orde, het metselwerk onder water was afgeloopen; alleen het draaiïngstoestel moest nog geplaatst worden, en daarna de remstoelen en duc-dalven. George legde 't een en ander uit, doch verstrooid, zonder eenige opgewektheid; hij kon de zekerheid niet langer uithouden, maar schrikte er steeds weer voor terug, Willy pijn te doen. Want hij was niet langer onzeker, of zijne openbaring haar leed zou doen, alleen maar hoe groot dat leed zijn zou; te groot misschien voor hare liefde?

Zijne gedrukte stemming werkte reeds op Willy terug; ze had nu niet volkomen, zooals in de laatste weken, dat lichte gevoel, alsof ze voortdurend wandelde in den heerlijksten. zonneschijn.

George stelde voor, door het bosch terug te wandelen; het was prachtig in de volle weelde van den Augustusdag; de varens manshoog, als reuzenvederen zacht wuivend bij de aanraking der kleeren.

George liep met Willy vooruit, nu en dan eene korte opmerking makend over het bosch; bij een kruispunt kwam Anna op den inval, Marie en Willem voor te stellen, ongemerkt een ander pad in te' slaan dan Willy en George, en hen dan langs een omweg weer tegemoet te loopen.

„Ik wed, dat ze er niets van merken, en we kunnen hen goed plagen," zei ze fluisterend. „Willen we 't doen?"

Sluiten