Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vermogen heeft verloren, hef te hebben

„Natuurlijk," viel ze in, op hare levendige, besliste manier; „hij heeft immers heelemaal geleefd, zooals zijne lagere natuur het hem ingaf."

George voelde zich even verlicht; tusschen Zenneveld en hem zelf was nog een groote afstand.

„Ja," zeide hij zacht, toch niet durvend veroordeelen; „hij heeft zich door niets laten terughouden; hij is heel ver gegaan."

„O, maar al was hij minder ver gegaan, bleef 't er toch hetzelfde om. Ik ben het volkomen eens met wat ik laatst las: Elk toegeven aan zinnelijken hartstocht buiten de ziel om vermindert de kans op rein liefdesgeluk."

Het gevoel van verlichting week weer van George, en tegelijk kwam een nieuwe gedachte in hem op. Sprak Willy waarheid? Maakte het voor hemzelf en zijne liefde ook verschil, hoe zijn verleden geweest was? Hier had hij nog geen oogenblik aan gedacht; hij had zich alleen afgevraagd, hoe Willy het op zou nemen; als zij bereid was, het te vergeten, zou zijn geluk volkomen zijn.

„Maar," begon bij weer, met iets van zijn innerlijken angst klinkend in zijne stem, „die zinnelijke hartstocht is immers heel iets anders dan liefde."

„Zeg dat niet; 't is een onderdeel van de volkomen liefde; als dat eenmaal ontwijd is, is de liefde verminkt voor altijd."

Hij moest zich geweld aandoen, kalm te schijnen, nog voort te praten, alsof het niet hemzelf betrof.

„Weet je wel, dat het onder jongelui nooit zoo beschouwd wordt? 't Wordt gewoon gevonden, natuurlijk, dat jonge mannen toegeven aan den drang van die lagere soort liefde, in afwachting, dat de hoogere tot hen zal komen."

Sluiten