Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij ging naast haar zitten; hij moest nu doorspreken, mocht haar niet laten in dien twijfel.

„Je hebt Zaterdag gezegd, dat tusschen man en vrouw volkomen vertrouwen moet zijn, dat ze eikaars verleden moeten kennen, maar.... er is een kennis, die pijn doet."

Ze keek niet op; bij zag een traan op hare handen vallen.

„Het> verleden van eene vrouw is bijna altijd reiner dan dat van een man; ze kent niet de verleidingen, die tot hem komen."

„Maar hij kon die verleidingen weerstaan hebben, en toch goed gebleven zijn en rein

Ze keek hem aan, hare oogen vochtig van tranen. „En.... als dat niet zoo is, is dan toch openhartigheid plicht?"

„Ja," en plotseling levendig, als om zich te verdedigen tegen het naderende leed:

„Man en vrouw kunnen vroeger iemand liefgehad hebben, of gedacht, dat ze iemand lief hadden, en waarom zouden ze dat elkaar niet zeggen? Ik heb ook eens bijna voor liefde aangezien, wat niets was dan hartstocht; als ik 't niet bijtijds had ingezien zou ik er mijn leven lang voor geboet hebben met een ongelukkig huwelijk."

George zuchtte; dit was dus alles wat zij hem te zeggen had van haar verleden. Hij kwam weer op zijn uitgangspunt terug, begeerig nu, dat ze hem begrijpen zou.

„Ik wou dat ik ook altijd had kunnen terugtreden, maar wij kunnen gewoonlijk op zulke oogenblikken niet nadenken en rusten niet, vóór de hartstocht volkomen bevredigd is. Willy, geloof je niet dat een man nog rein kan liefhebben, al heeft hij vroeger zijn lagere natuur gevolgd?"

Sluiten