Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't verleden vele vrouwen hem voorbijgegaan waren, alle iets medenemend van zijn ziel of zijn lichaam of van beiden; wat over was gebleven, was voor haar, en daarvoor moest zij zich geheel geven.

Ze huiverde, voelend dat dit onmogelijk was; het blauw-wazige landschap was niet mooi meer voor haar; George was het al vroeger binnen getreden, ruw scheurend het teer-blauwe waas van po√ęzie; ze zag kale rotsen, afgronden en woestijnen, waar alles dor was en verschroeid door de zonnehitte, en ze had geen moed meer er binnen te gaan.

Langzaam vielen groote tranen uit hare oogen, om die verstoorde illusie, om hare wegvliegende jeugd. Het leven was nu tot haar gekomen, maar niet als de lichte gestalte, die zij in de verte had meenen te zien; zijn gelaat was nu koud en hard en alledaagsch; de bloemen in zijne hand waren giftig, en de krans in zijn lokken, die haar eeuwig frisch en groen had toegeschenen, was gemaakt van stoffige, stekelige grashalmen, die hunne frischheid hadden verloren door dagen lang te liggen op den grooten weg.

Neen, naar dien krans kon ze de handen niet uitstrekken; ze voelde geen kracht in zich, aan die dorheid weer frisch leven te schenken en glans.

Ze kreeg een gevoel van schaamte; het zich geven van de vrouw aan den man scheen haar plotseling laag toe; ze werd er bang voor, bang voor hare eigene onwetendheid, terwijl hij wist: al hare gedachten en gevoelens losten zich op in een ontzettenden angst, die het voor haar onmogelijk zou maken, George's vrouw te worden.

Maar ze had hem toch lief; was liefde dan niet in staat tot elk offer, kon die haar niet heenbeuren over elke oneffenheid? Was haar

R.L. 6

Sluiten