Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Was een ondragelijke gedachte, dat ze leed door hem, dat hij met al zijne liefde niet in staat was, de smart van haar weg te nemen; hij verlangde haar te zien, te zeggen, dat hij nooit te voren iemand had liefgehad als haar nu; dat zijn ziel toch niet geheel ontwijd was; maar als zij hem niet wilde aanhooren of niet kon gelooven, stond hij machteloos.

Hij schrikte ... zou 't werkelijk mogelijk zijn, dat ze hem terugstiet, dat het stralend licht weer verdween uit zijn leven, voor altijd? Dat kon immers niet; zijn liefde zou hem leeren, wat te zeggen om haar te behouden, en dan zou hij zijn leven gebruiken om haar het onveranderlijke verleden te doen vergeten door den geluksglans van 't tegenwoordige.

Hij liep in zijne kamer heen en weer, plotseling opgewonden door die gedachte van hoop. O, als hij Willy slechts kon overreden zich aan hem toetevertrouwen, zou ze hem zijn als een dierbaar kind, een kostbare schat, dien hij alleen kon behouden, als hij zorgde hem waard te worden; zijn heele leven zou veranderen, beter worden, ernstiger en reiner; hij zou zijn schuld niet vergeten, maar trachten goed te maken door voortaan te luisteren naar zijn beter-ik.

De nacht duurde hem eindeloos lang; hij sliep nu en dan, telkens bij 't wakker worden teleurgesteld dat 't nog geen dag was.

Eindelijk was 't tien uur ; hij stond op de stoep bij notaris van Meersen; de meid liet hem in 't salon, hem aanziende met nieuwsgierigen blik.

George legde met moeite de enkele voetstappen door de gang af; de angst was weer over hem gekomen, verlamde hem de voeten; hoe zou 't zijn, als hij weer naar buiten ging ?

Sluiten