Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangen, maar in hare glimlachjes was iets spottends; door de liefheid van hare woorden heen konden Marie en Emma bemerken, dat ze begreep wat het doel van hare visite was. Ze durfden Wardorfs naam niet noemen: ze waren een beetje bang voor mevrouw van Meersen.

Het was eerst volstrekt niet naar den zin van mevrouw van Meersen, dat Willy zich niet vertoonen wilde; er was zelfs een kleine woordenwisseling om geweest toen Emma en Marie aangediend werden.

Willy zat met hare moeder in de huiskamer; mevrouw was bezig aan een handwerk. Willy bladerde onverschillig in een tijdschrift.1

„Ik vind 't bespottelijk," zei mevrouw, „dat je zoo over je laat praten; er is natuurlijk toch al genoeg gesproken over die plotselinge verhuizing van Wardorf."

't Kan mij heusch niet schelen, mama," zei Willy lusteloos; „laat ze maar praten; ik heb geen zin me te laten uitvragen door allerlei zijdelingsche toespelingen."

„Nonsens," zei mevrouw driftig; „ik heb in mijne jeugd nooit toegegeven aan zulke sentimentaliteiten. Je kunt immers toch niet als eene kluizenares blijven leven."

„O, nee, mama, maar nu kan ik ze niet ontmoeten."

„Ik begrijp je niet, Willy," hernam mevrouw ernstig-overredend nu; „je hebt mij immers zelf gevraagd, net te doen of er niets gebeurd was."

„O ja, dat wil ik ook 't liefst; als er vreemden waren, zou ik naar hen toegaan en gewoon zijn, maar ik weet zeker, dat Emma en Marie enkel uit nieuwsgierigheid gekomen zijn."

Sluiten