Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

Emma kreeg tranen in hare oogen. Voor Willy was een warm plekje in haar hart; ze had het zooveel jongere zusje als kind al vertroeteld en bedorven.

„Och kindje," vroeg ze, „waarom zeg je 'tmij niet?" Ze trok Willy's hoofd tegen zich aan.

Willy zweeg, ze trachtte te denken aan haar verdriet, het weer te voelen, maar ze voelde alleen dat Emma's japon zoo heerlijk zacht was, ze zou daar maar tegenaan blijven liggen, en wachten tot Emma weer iets zeggen zou. Gek, dat Em nu huilde om haar verdriet, en zij zelf bleef kalm.

Plotseling zei ze:

„Toe Em, schud me eens door mekaar; dat helpt misschien."

Emma keek ongerust naar Willy's bleek gezichtje.

„Weet je, wat helpen zal?" fluisterde ze, hare stem nu zoo week als Willy die nooit gehoord had; „als je er met me over spreekt. Ik begrijp er toch iets van. Toen Mama laatst hier was, sprak ze zoo opgewonden over Wardorf, je zag hem zooveel ..."

Willy begon te lachen.

„O ja, we waren eiken dag samen, dat was een gelukkige tijd."

In eens kwam de volle herinnering aan dien tijd vol geluk en hoop over haar; ze voelde de hardheid wijken, tranen naar hare oogen dringen.

Emma hield haar hoofd tegen zich aan.

„En waarom is dat geluk niet gebleven?"

Willy hief haar hoofd op, de tranen nu stroomend uit hare oogen.

„Omdat... ik niet met hem kon trouwen."

Ze boog haar hoofd weer tegen Emma's arm en begon heftig te snikken, met zachte kreten als

Sluiten