Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van lichamelijke pijn. Emma liet haar begaan, blij om de verandering.

Eindelijk hield Willy op; ze ging weer recht zitten en keek voor zich uit, met innig bedroefde oogen nu.

„Je hebt vroeger eens gezegd," begon ze, „dat ik nooit trouwen zou, en je hebt wel gelijk gehad. Alleen had je er de reden bij moeten zeggen."

Emma begon iets te begrijpen.

„Die heb ik gezegd; je stelde te hooge eischen."

„Je hadt moeten zeggen, dat ik met 't verleden van geen één man tevreden zou zijn."

„Arme Wil; heb je iets gehoord van Wardorf?"

„Gehoord? Door anderen, meen je? Nee; hij heeft 't mij zelf gezegd."

„Hoe kon hij dat doen?"

„Je wilt toch niet zeggen, dat 't niet goed van hem was?" zei Willy met iets angstigs. „O Em, Em, ik ben juist zoo blij, dat hij ten minste eerlijk is geweest; dat is de eenige gedachte, die nog troosten kan."

„Maar was dat verleden dan zoo heel erg? Was 't wel onoverkomelijk?"

„Voor mij wel. Ik weet geen bijzonderheden, maar dat is ook niet noodig. Hij heeft nooit van iemand zóó gehouden als van mij, maar hij heeft al aan één of meer vrouwen gegeven, wat hij had moeten bewaren, tot hij zuiver liefhad; dat kan hij nu niet meer."

„Maar Willy, je overdrijft."

„Nee, ik kan niet anders voelen. En ik weet nu ook, dat hij niet zoo goed is en zoo sterk als ik hem mij gedacht had."

„Waarom stelde je hem zoo onmogelijk hoog ?"

„Vanzelf, omdat ik hem liefhad. Deedt jij dan indertijd niet zoo met Edo?"

R.L. 8

Sluiten