Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gelukkig niet."

Emma sprak heel kalm, maar Willy voelde toch de bitterheid van dit antwoord.

„O, ik begrijp nu, dat 't Edo wel 't zelfde zal geweest zijn; had hij je niets gezegd vóór je trouwen ?"

„Nee; dat zouden maar heel enkelen doen en 't is eigenlijk goed: wat niet weet, wat niet deert."

„En was je er tevreden mee, dacht je er niet over ?" „Vóór ons trouwen? Nee. Later begreep ik 't natuurlijk."

„Maakte dat je dan niet ellendig? O, als ik eens met George getrouwd was, en ik had 't dan begrepen, ik zou niet hebben kunnen leven. Ik zou me voelen, of ik verraderlijk gevangen was, en niet meer weg kon; had jij nooit dat gevoel ?"

„Nee Wil," antwoordde Emma ernstig; „ik ben niet gewend, mijne gevoelens zoo te analyseeren."

„O, maar je hadt Edo ook niet echt lief."

„Wat weet je daarvan?"

„Anders kon je niet tevreden zijn met dit leven."

Emma dacht dat ze doelde op het leven van de laatste zes weken.

„Dat heeft me ook verdrietig genoeg gemaakt. Maar zoo iets kan immers gebeuren al houdt je nog zooveel van elkaar. We waren zoo gelukkig mogelijk, als die ongelukkige geldkwestie er niet tusschen gekomen was; Edo was toen heel onredelijk, maar och, mannen zijn eenmaal geboren egoïsten; 't is nu ook alweer goed."

Willy zweeg; ze wist, dat Emma haar toch niet begrijpen zou. Zij zou nooit tevreden kunnen zijn met Emma's geluk; dat: ,,'t is nu ook alweer goed" beteekende immers alleen; we moeten nu

Sluiten