Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenmaal samen leven, dus doen we ons best, zoo weinig mogelijk oneenigheid te hebben.

„Zie je, Wil," hernam Emma; „je hebt te veel verlangd, en nu houdt je niets over. Was je dan nog niet tevreden, dat Wardorf zijne schuld bekende?"

„Schuld? Er is geen sprake van schuld," viel Willy driftig in; „hij beschouwde 't niet als zonde, vóór hij mij kende. Dat zei hij nog .... den laatsten ochtend."

Voor hare herinnering rees George's bedroefd gezicht.

„Hij leed er zelf zoo onder," fluisterde ze, weer schreiend, nu om hèm.

„Je hebt een groot geluk weggegooid," zei Emma weer: „dat begrijp ik nu best." En weer met den eersten teederen klank in hare stem, haar gezicht vlak bij Willy's oor: „Kindje, heb je niet bedacht, dat de waarborg voor je verdere geluk al lag in zijne bekentenis? Door het te zeggen, heeft hij bewezen, dat hij heelemaal gebroken had met dat verleden, dat hij een nieuw leven wou beginnen met jou."

„O ja," zei Willy zacht, steeds schreiend, „dat weet ik wel; hij houdt heel veel van me, en zou altijd van me blijven houden, en alles doen om me gelukkig te maken. Ik heb mijn best gedaan, daar tevreden mee te wezen, maar ik kan niet.... ik zou toch niet gelukkig zijn."

Emma werd wrevelig om Willy's koppigheid; ze deed zich dezelfde vraag als hare moeder: hoe kwam Willy aan zulke geëxalteerde ideeën?

„Waarom niet? Ik hou vol, dat je je geluk hebt weggegooid. 'tZal je niet voor de tweede maal worden aangeboden."

„Al werd 't mij honderdmaal aangeboden, ik

Sluiten