Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De akelige strakheid in haar hoofd was nu geweken ; ze voelde zich weer zachter gestemd, bedroefd om haar zelve en om George; om het onveranderlijke dat hen scheidde.

Nu en dan voelde ze nog wel die dofheid, soms ook weer dien angst voor alleen-zijn in donker, maar nooit meer zoo overweldigend als dien éénen keer.

Langzamerhand kwam eene zachte melancholie over haar, die haar deed schreien omdat ze zoo veranderd was, zooveel ouder geworden. Ze begreep nu zooveel meer dan vroeger, ze zag het half verborgen leed om zich heen, dat ze vroeger niet ontdekt zou hebben; het drukte haar neer door zijne ontzettende zwaarte; overal was lijden, hopeloos, noodeloos lijden, nergens volkomen, zonnige, blijvende vreugde. Was dit de rijkdom van het leven?

XII.

Emma en Eduard zouden met November verhuizen en Willy had beloofd zoolang bij hen te blijven. Ze zag er tegen op, naar huis te gaan en al de oude kennissen weer te ontmoetten, die natuurlijk heel wat over haar gepraat hadden; toch verlangde ze dikwijls naar de bekende plekjes, waar ze met George samen was geweest, en ze dacht met een soort heimwee aan haar eigen lieve kamer met den kastanjeboom voor het raam; ze zou zoo. graag daar haar verdriet nog eens uitschreien; dat zou haar goed doen, die pijn verzachten, alsof een lieve vriend haar troostte.

Sluiten