Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu kind, als je 200 graag wilt, zal ik je niet vasthouden," zei ze kalm, „maar waar wou je naar toe gaan?" ffpKps

De heer van Meersen keerde zich half om in zijn bureaustoel.

„Zou je geen zin hebben, naar hm

naar neef en nicht Dryfel in Arnhem te gaan?" vroeg hij langzaam, een beetje aarzelend.

«Hoe kom je er aan, Henri?" viel mevrouw dadelijk in. „Dat zijn in 't geheel geen menschen voor Willy.

Maar Willy was dadelijk vol belangstelling.

„Waarom niet, mama? U kent ze haast niet, dunkt me."

„Meer dan genoeg om te weten, dat 'teen paar excentrieke menschen zijn, idealisten, die t benauwd hebben door al hunne principes."

„Juist daarom hebben ze altijd veel te doen," zei de heer van Meersen met ongewonen nadruk. „Een paar weken geleden sprak ik Dryfel in Amsterdam; hij zei toen juist, dat zijn vrouw graag iemand voor hulp zou hebben, maar't was met gemakkelijk iemand te vinden, die geschikt was. Me dunkt, 'tzou juist iets voor Wil zijn."

„Denkt u, papa? Ik herinner me neef en nicht noch nauw.

„Ja, 't is wel tien jaar geleden, dat ze hier zijn geweest," zei mevrouw; „we voelen niet veel sympathie voor elkaar. Moet Willy daar voor huishoudster of kinderjuffrouw gaan spelen?"

„Wel nee, dat is de bedoeling niet. Ze zou Margreet aan allerlei kunnen helpen; die doet immers zooveel aan philantropie. Willy ziet dan met een eens wat anders."

„Nu, 't zal haar niet bevallen. De Dryfels leven

R. L. 9.

Sluiten