Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustigheid van bewegingen, die toch niets had van indolentie of luiheid of opzettelijke langzaamheid.

„Ja maar, ze zijn voor Willy ook," zei Louis nog eens.

„Zeker, dat is best, we zullen 't Willy zeggen, maar Marietje zet al sneeuwklokjes op de logeerkamer, laten we de viooltjes dus hier houden."

"We wilden ook naar den trein gaan om Willy te halen."

„Wel ja, doe dat; Vader en Gerard gaan ook."

„Mag ik ook mee?" vroeg Marietje binnenkomend, hare handjes nog vol half groene knoppen van sneeuwklokjes.

„Wel nee, Nimfje, jij niet!" riep Frans vroolijk, het tengere popje hoog optillend boven zijn hoofd. Maar Marietje stribbelde tegen, met hoog keelstemmetje roepend: „Nee nee, niet doen! Ik wil toch mee!"

„Nee, kindje, 't gaat niet," zei Mevrouw; en toen Marietje nog pruilde, riep Louis: „O Nimfje, denk om 't mopperkamertje!"

Marietje begon even te lachen.

„Ze lacht, ze hoeft er niet naar toe," zei Frans.

Het mopperkamertje was een klein ongebruikt vertrekje, boven, waar ieder in huis heengezonden werd, die zonder reden uit zijn humeur was, of lang pruilde over eene teleurstelling of boos werd om een onschuldige grap; de gestrafte moest er blijven, tot hij weer lachen kon.

't Gebeurde trouwens maar zelden, dat het kamertje dienst deed; meestal was het noemen er van al voldoende om de booze bui te bezweren, ten minste nu de jongens groot werden.

Mevrouw Dryfel was er eens vrijwillig heengegaan, toen ze bemerkte dat ze zonder reden knorrig was en lichtgeraakt, maar de jongens waren

Sluiten