Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je lijkt op je portret," zei Louis in eens, toen ze in de huiskamer waren, „maar je ziet er nog liever uit als je lacht."

„Nu doet ze 't dadelijk," plaagde de heer Dryfel.

„Kom Margreet, ga jij eerst even met Willy naar boven, dan drinken we gezellig thee; ik heb voor deze gelegenheid een vrij uurtje genomen."

„Ik hoop dat je kamer naar je zin zal zijn," zei mevrouw onderweg; „je zult thuis wel mooier gewend zijn, maar ik heb toch, naar mijn idee, de g ezelligste logeerkamer voor je uitgekozen."

Willy keek rond op het ruime bovenportaal. „Uw huis lijkt heerlijk groot, nicht."

„O ja, daar zouden we niet buiten kunnen; je zult eens zien, hoe vol'tsoms is; kijk, hier is je kamer."

De kamer was ruim; door de twee ramen, die uitzicht gaven op den singel, scheen het licht van de ondergaande zon, harmonisch verzachtend alle lijnen. De meubelen waren eenvoudig, maar er was eenheid in de tint van behang en verf en gordijnen; alles was zacht-groen gehouden; op het behang waren waterlelies en irissen, waartusschen libellen rondvlogen, alles heel rustig en mooi, prettig om naar te liggen kijken, dacht Willy.

Er stonden een paar lage stoeltjes, ook licht-groen bekleed, en op een boekenrekje zag Willy bundeltjes lichte lectuur, gedichten en novellen van bekende auteurs.

In een hoek een groote waterpalm en een paar bloeiende cyclamen.

„Ik vind 't een heerlijke, gezellige kamer," zei Willy, „en wat een mooie sneeuwklokjes; nu al, en we hebben pas Februari."

„Die heb ik geplukt," zei Marietje.

„Ja, 'twaren de eerste uit den tuin; ze had 't

Sluiten