Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het rose licht van een schemerlamp. Er heerschte een opgewekte levendige toon; de jongens vertelden van hunne ondervindingen op school en buiten, wetend dat ze er belanstelling voor zouden vinden; Marietje zat dicht naast Willy, keek haar telkens aan met onschuldig-bewonderende oogen.

„Kan je mooi vertellen?" vroeg ze plotseling.

Willy lachte. „Dat weet ik niet; ik doe 'twel nogal eens voor mijn kleine neefjes."

„O heerlijk, dan moet het gauw je beurt zijn!":

„Mijn beurt?"

„Ja," zei de heer Dryfel: „we hebben hier elk onze beurt van vertellen na 't eten. Eiken dag een half uur, en als 't verhaal niet uit is, mag het drie dagen voortgezet worden. De kunst is maar, het voor allen begrijpelijk en interessant te maken."

„Vanavond is het mijne beurt," zei Louis, en een beetje angstig: „maar ik kan 't niets mooi."

„Dat hindert niet; ieder doet zijn best, dus Willy, je weet alvast, dat je er ook aan zult moeten gelooven."

„Dat's best, nicht; ik ga vast ijverig bedenken."

„Weet je wat, kind, je moest oom en tante zeggen, dat klinkt prettiger."

„Hé ja, moeder," zei de heer Dryfel, „dat is een goed idee. Ja, jij bent maar wat in je schik met zoo'n oudste dochter."

„Of ik, maar jij niet minder!"

„Komt Willy van avond ook bij de voorlezing ?" vroeg Frans.

„Ik hoop 't," antwoordde mevrouw, en tot Willy: „Donderdagsavonds komen hier altijd zoowat twintig meisjes tusschen de twaalf en vijftien jaar; oom of ik lezen ze wat voor, vertellen ze wat van onderwerpen, die belangrijk voor hen zijn, of leeren ze't

Sluiten