Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schilderij van Maris: koeien aan een plas; ineen hoek donkere palmen en groot-bladerige begonia's.

Het was er prettig warm, kalm licht door de groóte lamp met donker-roode kap. Ze gingen in het hoekje zitten bij de palmen, Willy op de canapé met Marietje dicht tegen zich aan: Louis zat in een laag stoeltje te wiebelen, een beetje verlegen om te gaan vertellen.

„Kom, begin nu," zei de heer Dryfel; ,,'t is al kwart vóór zevenen."

„Mijn verhaaltje is heel kort," zei Louis, en haastig vertellend: Er liep eens een jongen op een' weg, hij kwam uit school; er liep ook een klein meisje met vuurmakers te koop. 't Was erg koud, en 't meisje had dunne kleeren aan. Toen zei de jongen ■—"

„Heette die jongen Louis?" vroeg Frans leuk.

„Dat zeg ik niet; je moet eerst hooren. Toen zei de jongen: „Heb je 'tkoud?"

„Ja," zei 't meisje, „erg koud, en ik verkoop haast niets."

De jongen had geen geld in zijn zak, maar hij zei: „Je moet van avond om half acht bij ons komen; moes zal wat van je koopen en je warm eten geven."

„Asjeblieft, zei 't meisje en nu komt ze straks hier."

Mevrouw lachte. „Heb je weer eene protégée ? Daar doet Louis sterk aan, maar ik vind 'twat best. Alleen zijn de meisjes er om half acht, dus moet je zelf maar wat vuurmakers koopen, en vragen of Jans eene portie eten opwarmt."

„Best, moes, maar 't verhaal is nog niet uit. De jongen zag, dat t meisje een erg vuil gezicht had, en vuile handen, en er heelemaal net uitzag als dat kind, dat u laatst een bad hebt gegeven en nieuwe kleeren; nu wou ik, dat u zoo met dat meisje ook deed; ik heb 't haar al

Sluiten