Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd, want ik wist, dat u 't goed zou vinden."

„Ja, maar vanavond gaat 'tniet; laat ze dan morgenochtend terugkomen."

„O ja, de jongen zei ook nog, dat ze Woensdagsmiddags moest komen soep eten bij mevrouw Hanus. En 't meisje vertelde, dat ze op den Hommelschen weg woonde; haar vader is ziek, anders werkt hij op de hei. Ze had nog zes broertjes en zusjes."

„Nu, dat is een mooi verhaal," zei Frans lachend; „dat geldt eigenlijk niet."

„Waarom niet?" vroeg Louis driftig. Hij was heftig van natuur, en viel gauw uit.

„Niet boos worden," zei zijn vader vergoelijkend; „een anderen keer vertel je maar weer een echt lang verhaal; 'tis nu toch al laat."

„Weet je wat," zei mevrouw, „Gerard, jij moest Willy de groote kamer vast laten zien; terwijl ik Marietje naar bed breng."

Gerard sprak niet, terwijl hij naast Willy door de gang liep; hij was veel stiller dan de andere jongens, altijd geneigd tot denken, in zich zelf verwerken wat hij gehoord of gelezen had. Nu verlangde hij uit te maken, welken indruk Willy op hem gemaakt had; hij was gewoonlijk niet heel vatbaar voor oogenblikkelijke indrukken, maar Willy's supérieure mooiheid had hem dadelijk getroffen, 't Was nog maar een kinderlijk gevoel een verlangen om haar altijd aan te kijken of dicht naast haar te zitten, zooals Marietje, maar 't was toch iets nieuws voor hem; hij voelde vreemd, dat 't genot was, naast haar te loopen in de gang, nu en dan even voelend de aanraking van hare japon langs zijne hand.

Toen hij de deur van de achterkamer open deed, straalde het gele gaslicht hun tegen. Het vertrek was groot, eigenlijk eene suite, waar het middel-

Sluiten