Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadt, altijd maar door, kreeg je eindelijk een beetje geluk, misschien als je te oud was geworden, om er van te genieten.

„Dat geluk komt soms onverwachts," hernam mevrouw Dryfel, „maar waarom zou het ons om niet gegeven worden?"

„Heeft u veel verdriet gehad ?" vroeg Willy plotseling. Mevrouw glimlachte.

„Vroeger wel: in mijne jeugd was ik ziekelijk, en tusschen vader en moeder was de verhouding heel ongelukkig. Later, na vaders dood, was moeder aan t sukkelen geraakt en ik moest haar oppassen en opvroolijken, terwijl ik me zelf dikwijls heel ziek voelde. Maar langzamerhand werd ik sterker en toen ik acht en twintig jaar was," — met iets heel zachts en liefelijks in hare stem, — „kwam het groote geluk tot me, doordat ik oom leerde kennen. We zijn niet jong getrouwd, maar ons huwelijksleven is van begin af vol geluk geweest; we begrijpen elkaar zoo goed, we hooren geheel bij elkander, en toch weten we, dat we niet alleen voor ons beiden mogen leven, maar ook samen voor andere°- — Nu kind, wil je nog eindje doorlezen?"

Maar Willy bleef vóór zich staren; het verlangen over haar leed te spreken werd onweerstaanbaar. Ze zocht naar woorden, toch voelend, dat ze George's naam niet kon noemen, niet kon geven de gansche geschiedenis van hare liefde; had mevrouw Dryfel er over kunnen beginnen, dat zou Willy aangevuld hebben; nu zat ze stil, zonder spreken.

„Lees je niet meer?" vroeg mevrouw na een oogenblik; „we hebben niet veel tijd meer vóór de koffie; Gerard moet weg voor zijn Engelsche les."

„Gerard...." zei Willy afgetrokken, en toen, in eens levendig: „Ziet u er niet tegen op, tante,

Sluiten