Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles wat George gezegd had. Hij was zelf niet toegerust geweest met buitengewone kracht, en niemand had hem stevigen steun gegeven.

„Maar tante," zei ze zacht, „al veroordeelen wij niet, 't blijft toch vreeselijk."

„O kind, 't is als een vloek; daarom juist moet ieder helpen het kwaad te verminderen. En dat kan alleen als het algemeene oordeel erover anders wordt; als het kwaad niet langer door de algemeene opinie gesanctionneerd is, verliest het al veel van zijn kracht. 'tZal daardoor nooit geheel verdwijnen, omdat de oorsprong ervan zoo diep ligt, in de heele inrichting van onze maatschappij, waar alles voor geld wordt aangeboden. Maar al werd dit dadelijk veranderd, dan zou 't toch niet goed worden zonder een hoog ideaal van liefde en zedelijkheid. De menschen die eene betere maatschappij zullen vormen, moeten zelf ook beter zijn."

Mevrouw stond op; Willy zei niets meer, bleef denken aan George. Het gesprek met tante Margreet had haar goed gedaan; 't laatste wat naar minachting geleek was nu verdwenen uit haar gevoel voor George; alleen het leed bleef over; het leed, dat zij beiden droegen, dat de band was, die hen nog verbond.

De zomer bracht bij de familie Dryfel weer andere drukten mee; ze hadden dan meestal arme kinderen te logeeren of verarmde familieleden of kennissen, die behoefte hadden aan ontspanning en buitenlucht.

,,'t Heeft hier veel van eene vacantiekolonie of een herstellingsoord," schreef Willy aan hare ouders; „gisteren kwamen hier weer vijf arme kinderen met bleeke gezichtjes en een paar teringachtige juffertjes, die 's winters in Amsterdam les geven in bloemen maken; ze waren hier nog nooit geweest;

Sluiten