Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langen haar leed te bewaren, 't paste niet bij haar verlangen naar geluk, niet bij haar zoeken naar het volle leven, dat haar uit Boschvoort gedreven had, maar 't kwam voort uit het bewustzijn dat juist het leed de band was, die haar nog met George verbond; eerst als die verbroken was, bestond er niets meer tusschen hen. Ze wist zelve niet, dat het dit was, dat haar dreef; ze meende eerlijk te strijden tegen het leed, door al haar tijd te geven aan anderen, maar altijd waren in haar de zilvergrijze gedachten aan den vorigen zomer, omgevend haar ziel met eene zachte melancolie.

Want in 't navoelen waren de dagen anders dan ze in werkelijkheid geweest waren; over de gelukkige lag nu de weemoed van de voorgeweten scheiding, en ook de scheidingsdag was anders nu.

Op den dag zelf was haar hevigste smart geweest om haar ideaal van liefde, dat neergehaald was in de modder, om haar geschokt geloof in 't hoogstaan van George's karakter, om de onveranderlijkheid van het verleden; deze smart drong de droefheid om de scheiding zelve terug; maar nu, in 't herdenken, was de smart om de scheiding de grootste; het andere bleef wel bestaan, maar 't droevigst ervan was, dat 't hen gescheiden had.

Ze analyseerde zelve hare gevoelens zoo niet; daarom kwam het niet in haar op, te overwegen of 't in haar macht stond iets te veranderen; 't was alsof een vreemde wil hen gescheiden had, een wreed noodlot, waarvoor ze beiden bukken moesten.

Ze had niets meer van George gehoord, ze wist niet waar hij was, maar vond 't prettig, zich hem te denken in Boschvoort, op de oude bekende plekjes.

Op een zondagmorgen in September, de courant inkijkende, plotseling, voelde ze hare oogen mag-

Sluiten