Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kon hij nu maar iets voor haar doen; hijging naar beneden om in de courant te zoeken, wat haar zoo verschrikt had, maar hij kon 't niet ontdekken, 't Eenige wat hij voor haar doen kon, was door druk praten de aandacht van haar af te leiden, zoodat ze stil kon zijn als ze wilde.

XV.

Dien middag zouden allen uit rijden gaan. Er waren twee kinderen gelogeerd, een zwakke achternicht van mevrouw Dryfel, en een arme teringachtige schrijver, die een mager stuk brood verdiende met vertalen en feuilletons schrijven in kleine bladen.

't Was verwonderlijk, hoe de familie Dryfel altijd zulke stumperds vond in schuilhoekjes van de groote steden; soms werden ze hun door anderen aanbevolen en ook de jongens hadden hunne protégés, die ze op een of andere wijze ontdekt hadden; als 't kon kreeg ieder eene beurt, of ze werden ergens anders heengezonden op kosten van den heer Dryfel.

Willy wilde liever thuis blijven; ze was nog moe van den vorigen dag, zei ze,

„Hemel, wat een wonder," schertste mijnheer; „dat heb ik je, geloof ik, nog nooit hooren zeggen."

„Nu.^ 't is best te begrijpen," zei mevrouw vergoelijkend; „je hebt je zoo druk gemaakt met de kinderen, ik kan aan je zien dat je moe bent."

Toen Willy alleen was, ging ze onder de veranda zitten; 't was druilig Septemberweer, zoel, zonder regen, zonder wind, de lucht zwaar en grijs.

Vaag drongen de stadsgeluiden tot hier door, 't rinkelen van een trambel, geratel van rijtuigen;

Sluiten