Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit naburige tuinen klonken stemmen, maar vlak om haar heen was 't doodstil, eene rustplaats te midden van het woelige leven. En ze wilde rust hebben, zich zonder tegenkanting geven aan haar gedachten, 't Was toch goed, eens stil te staan op haar weg, te overwegen, of het waarlijk de rechte was.

Haar denken was vervuld met het courantenberichtje; George zou vlak bij haar komen, ze zou hem misschien ontmoeten, ergens op straat, als een vreemde.

Ze had vóór vandaag nog niet gedacht aan die mogelijkheid, die toch altijd bestaan had; nu deed ze haar best er zich in te denken.

Hoe zou 't zijn als ze hem weerzag? Ze behoorden niet meer bij elkaar, en toch, er was nog altijd iets tusschen hen, de band van hun leed; die was gebleven, omdat zij elkaar liefhadden.

En in eens zag ze de waarheid, de beteekenis van deze gedachte; hun gezamenlijk leed kon alleen bestaan zoolang tusschen hunne zielen dat andere was, de gouden liefdedraad.

En verder denkend, analyseerend hare gevoelens zooals ze altijd deed, vóór ze iets aan kon nemen, voelde ze voor 't eerst dat sterker zijn van haar leed om de scheiding zelve dan om datgene wat de scheiding veroorzaakt had, en langzaam begreep ze. Er begon iets op te jubelen in haar ziel: als deze smart het sterkst was gebleven door den tijd, moest ook haar liefde sterker zijn dan iets anders in haar, dan de angst, de teleurstelling, de droefheid om haar neergehaald ideaal.

Het was eene opborrelende vreugde in haar, waaraan ze zich wilde geven; maar de gedachten lieten haar niet los; ze moest weten, dat niets veranderd was aan het verleden, dat het niet ver-

Sluiten