Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar hem toe gaan, maar er was een vreemde macht tusschen hen, die haar dwong te blijven zitten en zich te bemoeien met al het onwezenlijke om haar heen. Toen voelde ze maar één verlangen: dat hij zich om zou keeren; 't duurde lang eer hij 't deed, niet vóór hij bij eene volgende halte afstapte, 't Was Willy alsof ze meer voelde dan zag, dat hij haar aankeek; ze voelde den schrik in zijne oogen, het leed, dat hem ouder had gemaakt, en in dat ééne oogenblik, vóór hij zich weer omkeerde, haastig, zonder groet, was de strijd in haar beslist. Alle redeneeringen werden teruggedrongen door het jubelen der liefde in haar; ze had hem willen naloopen, terugroepen, zijn hoofd tusschen haar handen nemen, en zich door hem laten kussen zonder denken; maar diezelfde vreemde droomachtige macht hield haar vast, en de tram reed voort, sleepte haar mee, als een willoos ding. Al haar willen was nu gericht op hare thuiskomst; zoodra ze er was, vloog ze naar boven, schreef een briefje; alleen maar:

„Ik wou je spreken.

Willy."

Ze zette er haar adres onder en wachtte toen, altijd in haar hooge stemming van liefde-extase, waarnaast ze geen denken duldde. Vandaag kon hij niet meer komen; of toch, misschien 's avonds nog, als hij thuis was als 't briefje kwam. Plotseling schrikte ze; als de brief eens niet terecht kwam 1 Ze wist zijn adres niet, had alleen kunnen zetten: „Ingenieur bij het werk aan den dijk bij Driel." Het was voldoende, maar toch was ze angstig. Dan zou hij niet komen, ze zou zijn adres

Sluiten