Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze moest volkomen op hem vertrouwen vóór ze zijne vrouw werd.

En Willy wist nu, dat haar grauwe geluksvogeltje toch niet zoo'n heel gewoon diertje was: zijne oogen waren vol glans en diepte; ze spraken van eenheid in denken en voelen, van echt samenleven, van in-elkaar-gelooven en elkander-begrijpen-inalles. Ze zou het vogeltje liefhebben en opkweeken, tot de oogen hoe langer hoe heerlijker glansden, en ze, daarin starend, vergat op de grauwe vederen te letten.

Den dag vóór hun trouwen waren ze weggesnapt uit den bruiloftskring; ze dwaalden het bosch in naar de heuveltjes, als onwillekeurig daarheen getrokken. Ze waren stil, zaten zwijgend naast elkaar in de stilte van het groene bosch, waar de varens hoog stonden, en de kamperfoelie geurde.

Willy's gedachten dwaalden terug. „Ik kan me haast niet begrijpen," begon ze in eens, „dat 't pas drie jaar geleden is, dat we elkaar hier ontmoetten. We zijn heel wat ouder geworden in dien tijd, ik ten minste voel me zoo." En haastig, glimlachend omdat ze eene schaduw zag in zijne oogen; „maar dat is minder, dat kan niet anders, we kunnen niet leven zonder ouder te worden, we moeten allen leeren, iets op te geven van onze illusies, en toch gelukkig te zijn. We hebben nu weer samen zooveel andere mooie illusies om voor te leven.

Ze kuste hem op den mond in eene spontane uiting van hare groote liefde.

Hij hield haar hoofd tegen zich aan, en in eens, midden in zijn geluk, kwam weemoed oyer hem, omdat hij voelde, dat hun leed toch niet geheel voorbij was, dat het nooit volkomen verdwijnen zou, omdat de oorzaak niet weg te nemen was! 't Zou

Sluiten