Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De secondant van Mr. Troelstra en zijn medewerker der revolutie, David Wijnkoop, vulde deze aankondiging der omwenteling den volgenden dag in dezelfde Tweede Kamer aldus aan: (Handelingen, blz. 359 e.y.).

„Er zijn militairen opgeroepen, maar de dagen zijn voorbij, dat de soldaat zich zonder meer door de een of andere Regeering, of door de een of andere stadsregeering laat misbruiken tegen het volk, dat begrijpt, dat nu de dag is gekomen van: nu of nooit.

„Dat daardoor het militairisme ineen zal vallen — want dat de soldaat, de man uit het volk, dezelfde arbeider, die thans onder de wapenen is geroepen, maar straks weder in de fabriek moet werken, zich niet zal keeren tegen deze mannen en vrouwen, maar wel tegen de Regeering, die hem met geweld onder de wapenen houdt, staat vast — juichen wij toe.

„Ten aanzien van de quaestie van de Kroon hebben wij op het oogenblik dezen eisch: de Kroon moet afstand doen. Indien zij dat niet doet, dan staat daar eenvoudig de quaestie,

dat het volk er een einde aan zal moeten maken.

Als er nog iets van het verstand van den voorvader, over wien ik het zooeven had, die ih één nacht van conservatief democratisch is geworden, bij de tegenwoordige Oranjevorstin leeft, dan zou zij moeten zeg^ gen: „Ik ga, vóórdat ik verjaagd word."

„Wij willen de gemeenschap bouwen wezenlijk op de arbeiders, de soldaten en de boeren, dus op het werkende en gewapende volk van stad en land. Wij willen — daaromtrent mag geen vergissing zijn — aan die arbeiders van stad en land, aan die soldaten, dat door u gewapende volk niet een deel, maar de geheele macht geven. Dat werkende en gewapende volk zijn onze raden van soldaten en arbeiders.

„De nevenregeering kan de regeering van Ruys de Beerenbrouck ten slotte niet naast zich hebben, wier taak het zal zijn — ik wou, dat de heeren wijzer waren en de teekenen des tijds verstonden — om de oude maatschappij te verdedigen, en dan zal die nevenregeering moeten optreden.

Sluiten