Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbericht voor den tweeden druk.

noodelooze geleerdheid en „zware" beschouwingen. „Onpartijdigheid, geen kleurloosheid" — bleef mijn leid. Als ik veroordeel, veroordeel ik toestanden en gebruiken, gee i bepaalde personen of Maatschappijen. Dat men dit een „afgeven op onbekenden" genoemd heeft, kan mij niet tot inkeer brengen. Wat zou er van een werk over ons bedrijf worden, zoo daarin tegen bepaalde personen of ondernemingen werd te vélde getrokken! ? En zou men zich moeten onthouden van het bestrijden van toestanden, die men verkeerd acht? Mijn boek ware dan beter ongeschreven gebleven.

De indeeling in Hoofdstukken heeft eenige verandering ondergaan, terwijl op enkele plaatsen de behandelde stof anders werd gerangschikt. Ook werd elk Hoofdstuk in onderaf deelingen verdeeld, om de lectuur gemakkelijker te maken.

* *

*

Hier volgen nog enkele aanvullende opmerkingen:

Gedurende het persklaar maken van dezen tweeden druk verloor de zaak der Levensverzekering een harer êminentste Nederlandsche voorvechters in den Heer corneille l. landré, op blz. 32 nog onder de levenden genoemd.

De wetgeving op de Naamlooze Vennootschappen, waarop gedoeld wordt op blz. 36, is sedert met ernst ter 1 hand genomen, zoodat men te dezen opzichte weldra verbetering wachten kan.

Op blz. 212 wordt nog melding gemaakt van den eisch der Zwitsersthe Regeering, dat buitenlandsche Maatschappijen hare geheele reserve naar Zwitsersch voorschrift zullen berekenen. Sedert heeft men dien eisch laten vallen en heeft het „Eidgenossische Versicherungsamt" het voornemen te kennen gegeven, in het algemeen meer liberaal te zullen optreden en de vrijheid der Maatschappijen meer te zullen respecteeren. Het omgekeerde dus van wat in Duitschland geschied is.

Amsterdam, juni 1905.

j. v. S.

Sluiten