Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

De Volksverhuizing , Grermaansche en Christelijke invloeden.

;; De Romeinsche wereldheerschappij was verzwolgen door den stroom - der Volksverhuizing, die de overheersching van het Germaansche ras voorafging. De geheele beschaving der Oudheid dreigde vernietigd te worden door de ruwe, opbruischende énergie van een jong en krachtig ras, dat in zich het be^stzijn scheen te gevoelen de wereld te moeten en te kunnen veroveren, en zich met de woeste impulsie zijner nog halve beschaving als een stortvloed wierp op de door ^beschaving vermolmde Maatschappij der Oudheid. Toch is het een bekende waarheid dat deze krachtige, onverwinnelijke wereldveroveraars den invloed niet geheel ontgaan konden van de hoogere geestesbeschaving van vele volkeren, die zij door den onstuimigen aanloop van hun jeugdigen, frisschen strijdlust in het stof geworpen hadden. Vele denkbeelden, vele instellingen van de overwonnenen vonden weerklank in het gemoed der overwinnaars, en talloos zijn de voorbeelden, waarin Romeinsche gebruiken en Romeinsche zeden in het volksleven der Germanen zijn doorgedrongen. 8

Zonder twijfel zal ook de kennismaking met de zeer eenvoudige Instellingen van Voorzorg, die de Romeinen in het leven hadden geroepen wel een.gen indruk gemaakt hebben op de Germaansche stammen dié met hen in aanraking kwamen. Te beweren, zooals sommige Duit'sche schrijvers, dat zelfs de herinnering aan die vroegere Romeinsche gebruiken geheel was weggevaagd, en dat de thans te behandelen Instellingen van Voorzorg onder de Germanen uitsluitend en alleen in eigen boezem ontstaan zijn, zal wel wat al te Germaansch geoordeeld zijn Dat echter instellingen, zooals zij die bij de Romeinen aantroffen, speciaal bij hen een zeer vruchtbaren bodem moeten gevonden hebben, is ongetwijfeld waar. Immers hun samenleving was in veel hoogere mate dan die der Romeinen gebaseerd op de familie, en overal waar de familie sterk op den voorgrond treedt, worden de gedachten des te eerder geconcentreerd op voorzorgsmatregelen voor de familieleden. Bovendien oefende de steeds toenemende uitbreiding van het Christendom een gunstigen inWoed, zoowel door de hooge beteekenis, die het toekende aan het sacrament des huwelijks en de daaruit voortspruitende rechten en verplichtingen, als door de prediking van liefde tot den naaste, in tegenstelling net eigenliefde. Toch was de eerste helft der Middeleeuwen voor het lemen dier maatregelen en voor het scheppen van hulpmiddelen om

Sluiten