Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daartoe te geraken, een zeer ongunstige periode. De gedésorganiseerde toestand van geheel Europa, de aanhoudende, verbitterde oorlogen, die al heel weinig herinnerden aan de naastenliefde, zooals het Christendom die predikte, het ontbreken van een eigenlijken burgerstand, dit waren evenzoovele hinderpalen op den weg, die tot het geregeld samenwonen der gezinnen en tot de aanhoudende — zelfs de na den dood aanhoudende — zorg voor die gezinnen voeren moest. Eerst toen zich in de Germaansche landen een poorterstand begon te ontwikkelen, en toen deze door onderlinge aanéénsluiting en samenwerking een zekere macht begon te vormen tegenover de geestelijken, de krijgslieden en edelluiden, werden de toestanden in dit opzicht gunstiger.

In het oud-Saksische recht kende men een instelling, die nauw verwant was aan de donatio propter nuptias van de Romeinen.1) Zij heette donum matinale of „morgengave" en was een geschenk, dat 's morgens, na den bruidsnacht, de man vrijwillig aan zijne vrouw gaf als praemium virginitatis. Het heeft een groote beteekenis gekregen als weduwe-verzorging en bestond in Saksen tot in 1829.

In ons land kende men het in de Middeleeuwen en het had dan speciaal betrekking op het vruchtgebruik uit zekere stukken grond, dat de man tot verzorging van zijne weduwe bestemde. In Duitschland noemde men het Leibzucht (lijftocht), of ook wel das Wittum.

Morgengave. .Lijftocht.

De ontwikkeling van den poorterstand ging gepaard met die van het voorzorg^dergii-

zoogenaamde Gildenwezen, en onder de vele zaken, waarop zich het streven dier eerste eigenlijke vakvereenigingen richtte, vinden wij er één, die als voorloopster onzer tegenwoordige Instellingen van Voorzorg in aanmerking verdient te komen.

In de Statuten van alle Gilden kwamen n.1. bepalingen voor, die betrekking hadden op het overlijden van een lid. In dat geval werd hem de laatste eer bewezen door de gezamelijke leden, en de kosten, die aan de begrafenis verbonden waren, werden door de kas der Gilden gedragen. Uit deze kiern ontwikkelden zich langzamerhand vereenigingen, die meer dan al wat wij bij de Romeinen leerden kennen onzen modernen Levensverzekering-Maatschappijen nabij komen. Ziehier den gang dezer ontwikkeling. In de eerste plaats werd langzamerhand de zorg voor het betalen der begrafenisgelden uitgebreid tot zorg voor de nagelaten betrekkingen: de weduwen en weezen der gestorven Gildenleden werden

den.

!) Zie blz. 3.

Sluiten