Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sterf tekassen.

uit de kas der Gilden geldelijk gesteund. Daarop — en dit is een zeei belangrijke stap vooruit — werd alles wat op die verzorging en op hel betalen der begrafeniskosten betrekking had, van de Gilden afgescheiden zoodat er, nevens deze, afzonderlijke Instellingen van Voorzorg ontstonden, waarvan echter slechts leden der Gilden zeiven lid konden worden. Doch ook deze beperking verviel weldra, en ook niet-leden konden toen. tegen betaling der vastgestelde contributie zichzelven een begrafenis hunnen na te laten betrekkingen eenigen onderstand bezorgen. De kosten daarvoor werden dan voor elke uitkeering gevonden uit een omslag over de leden. Men ziet het: meer en meer naderen wij de instellingen van onzen tijd. De overeenkomst wordt echter in den loop der tijden nóg grooter.

Doordat de Sterftekassen n.1. afzonderlijke instellingen geworden waren, hield een geregelde aanvoer van leden op. Vroeger, toen elk Gildelid tevens lid der beschreven instellingen worden moest, behoefde men zich daarover niet te bekommeren: de aanvoer geschiedde van zelf, omdat de Gilden zeiven geregeld nieuwe leden kregen. Thans echter was het anders geworden, en de mogelijkheid ontstond, dat de nieuwe toevoer van leden geringer werd, ja geheel ophield! In dat geval zouden zij, die liet langst in leven bleven en dus het meest in den omslag voor reeds gestorven leden bijgedragen hadden, aan het kortste einde trekken: mmers, hoe langer zij in leven bleven en hoe meer er van hunne medeeden stierven, des te meer zou ieders aandeel in de uit te betalen som jedragen! Slechts het toetreden van nieuwe leden kon de toename van eders individueel aandeel verhoeden. Om dien toevoer te verzekeren verden verschillende middelen uitgedacht, en daaronder ook het volgende, dat een eerste stap was in de goede richting: Men schafte namelijk iet heffen van bijdragen bij elk sterfgeval voor goed af, en verlangde n plaats daarvan vaste jaarlijksche contributiën, die in de algemeene cas vloeiden en waaruit, al naar gelang zulks noodig was, de uitkeeringen )ij overlijden plaats vonden. Daar echter, zoo voor eiken leeftijd die :ontributie even groot was, slechts oudere leden toegetreden zouden :ijn, in de verwachting nog slechts weinige contributiën te zullen betalen, roerde men tevens de bepaling in, dat de contributiën naar den leeftijd :ouden variëeren en dat men, naarmate men jongers was, minder zou >ehoeven te betalen.

Ziedaar dan stilzwijgend de sterftekans in de berekening betrokken, naar — en hierop lette men wel! — men had er nog steeds niet het minste

Sluiten