Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Georg Obrecht.

Loi'enzo Tooti.

Dit gebruik werd van Italië naar andere landen overgebracht, in de eerste plaats naar Duitschland, waar in het begin der zeventiende eeuw zekere Georg Obrecht pogingen aanwendde iets dergelijks in het leven te roepen, waarbij dan de Staat de rol zou gespeeld hebben, die in Italië de „montes piétatis" vervulden, d. w. z. de Staat zou de gestorte kapitalen in ontvangst nemen en na het bepaalde aantal jaren de uitkeeringen doen, zoo de verzekerde personen nog in leven waren. De dertigjarige oorlog schijnt echter die plannen verijdeld te hebben: de tijden waren toen niet bevorderlijk voor het kweeken van de gedachte aan voorzorg.

Eerst tegen het midden der zeventiende eeuw, onder het bestuur van den Kardinaal Mazarin, richtte in Frankrijk zekere Lorenzo Tonti soortgelijke instellingen op, met het uitgesproken doel, aan het gouvernement van Koning Lodewijk XIV het zoo noodige geld te bezorgen. De eerste pogingen mislukten, en eerst in 1689 ging het plan door. Het gronddenkbeeld van Tonti (naar wien de tegenwoordige zoogenaamde „Tontineverzekeringen" genoemd zijn) was het volgende. Verschillende personen brengen ieder een gelijke som gelds aan — naar het eerste plan van Tonti 300 livres —, en de rente daarvan wordt elk jaar onder de nog in leven zijnden verdeeld. In het begin zal het aandeel daarvan voor ieder natuurlijk niet veel meer dan de normale interest bedragen, maar hoe meer in den loop der jaren de sterfte onder de deelnemers toeneemt, des te meer zal ook ieders aandeel gaan beloopen; de laatst overgeblevenen ontvangen een bovenmatig hooge rente, die het door hen gestorte kapitaal vele malen overtreffen kan. Dit was juist het middel, waarmede men het publiek tot deelneming lokte. De eerste tontine van Tonti was naar den ouderdom der deelnemers in 14 klassen verdeeld, die elk als een afzonderlijke onderneming geadministreerd werden. Toen alle deelnemers gestorven waren, bleef natuurlijk het gestorte kapitaal over, want alleen de rente werd verdeeld. Wat met dat kapitaal aan te vangen? Tonti, of liever de Fransche Regeering, beantwoordde deze vraag op zeer radicale wijze: zij stak het namelijk in haar zak. En dat dit een winstgevende operatie was, blijkt wel het best uit het feit, dat de Regeering tusschen 1689 en 1759 niet minder dan 10 tontines oprichtte! Of deze toeeigening den toets van het recht doorstaan kan is een andere kwestie. Reeds toen Tonti in 1663 met zijn eerste plan — dat nimmer uitgevoerd werd — voor den dag kwam, werd dit gevoeld, en zij ne navolgers trachtten dan ook deze onrechtvaardigheid weg te nemen. Daartoe grepen zij naar één der volgende middelen:

Sluiten