Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te scheiden, en geen wetenschappelijk debat kunnen voeren zonder boos en scherp te worden. Het heeft mij tenminste altijd.getroffen, dat de naneven van Struyck en Kersseboom op dit punt nog weinig veranderd zijn, en dat ten onzent ook thans nog veel te dikwijls, speciaal waar het de Levensverzekering betreft, een wetenschappelijke opmerking of een wetenschappelijk betoog door hen, die het daarmede niet eens zijn, als een persoonlijke hatelijkheid wordt opgevat of wel aan geheime motieven wordt toegeschreven, die voor den opmerker of betooger minder eervol zijn. In dat opzicht staan wij ten achter bij andere landen, waar men zijn meening onbewimpeld zeggen kan, zonder voor opzettelijk of onwillekeurig onjuiste gevolgtrekkingen bevreesd te zijn. Later kom ik daarop nog wel eens terug. Met mijn tegenwoordig onderwerp staat deze opmerking niet in rechtstreeksch verband.

Terwijl dus in ons vaderland de theorie der Levensverzekering steeds verdienstelijke en beroemde beoefenaars bleef vinden, geraakten wij wat de practijk betreft geheel bij Engeland ten achter; en daaraan is het toe te schrijven, dat de bevelhebbersstaf op het gebied der Levensverzekering ons ontviel, en men in het buitenland, ja zelfs vroeger ook ten onzent, op Engeland wees als op het vaderland der Levensverzekering. Nu, wat de practische beoefening van het vak betreft, kan men zich met die uitspraak vereenigen. Wat de eigenlijke Levensverzekering-Wetenschap betreft, vindiceer ik echter voor Nederland een plaatst minstens nevens Engeland. Hoe jammer, dat wij op practisch gebied zoozeer achterbleven, al is er in den laatsten tijd ook weer veel ingehaald!

In de vorige eeuw, in denzelfden tijd toen in Engeland verscheidene Ondernemingen van Levensverzekering gevestigd werden en hun bedrijf dra op zuiver wetenschappelijke gronden baseerden, geschiedde er ten onzent niets van dien aard. Toch vond ons volkskarakter, steeds bedacht op het morgen en de toekomst, zijn uitdrukking in tallooze kleine, plaatselijke fondsen, die het verzorgen van weduwen en weezen ten doel hadden, en waarbij men alleen kleinere bedragen en renten bij overlijden verzekeren kon. Noch bij het vaststellen der bijdragen, noch bij dat der uitkeeringen, werd bij deze Weduwen- en Weezenkassen met de wetenschappelijke wetten der sterfte ook maar eenigszins rekening gehouden, en zoo zien wij de eene na de andere verdwijnen, terwijl er weder nieuwe nevens ontstaan, die op hun beurt weldra weder te gronde -gaan. Bij deze welgemeende, maar zonder kennis van zaken begonnen ondernemingen lieten onze voorouders menigen spaarduit zitten, en de

Sluiten