Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedenis onzer Nederlandsche Levensverzekering-Maatschappijen kom ik nog terug, nadat wij eerst een blik op de ontwikkeling en den tegenwoordigen stand der Levensverzekering in nog enkele andere landen hebben geworpen.

In Frankrijk duurde het, sinds Déparcieux opnieuw de aandacht op den arbeid van Halley gevestigd had, nog geruimen tijd, voordat men een werkelijke Levensverzekering-Maatschappij zag ontstaan. Eerst in 1787, op den 2en November, werd door den Staatsraad van Lodewijk XVI de „Compagnie royale d'assurances" geautoriseerd, de eerste dergelijke inrichting op het vasteland van Europa. Haar is echter slechts een kort bestaan beschoren geweest, want de stormen der Groote Revolutie deden haar in 1792 ondergaan, met zooveel anders, dat uit den tijd der Bourbons dagteekende.

De Revolutie maakte tevens een einde aan het aanhoudend geknoei met tontines, waarmede de Fransche Regeering steeds druk in de weer was gebleven, en waarbij het publiek voortdurend zijne spaarpenningen zitten liet, zonder ooit moede te worden ze opnieuw te offeren. Daarentegen deed men tijdens de Revolutie pogingen tot het oprichten van een soort van Staatspensioenfonds, waarvoor Mirabeau zeer ijverde, doch dat, vooral door den invloed van Robespierre, niet tot stand kwam. Men maakte er toen een particuliere onderneming van, de „Caisse d'épargne et de bienfaisance", meestal naar haar Directeur: „Caisse Lafarge" geheeten. Deze berustte echter niet op solide basis, en toen in 1809 Napoléon haar toestand nauwkeurig deed onderzoeken, bleek die zoo jammerlijk, dat een Keizerlijk Decreet haar tot liquidatie dwong, waarbij de deelnemers het grootste deel hunner spaarpenningen verloren. Eerst in 1819 werd daarop opnieuw een ernstige Fransche LevensverzekeringMaatschappij opgericht, en wel de „Compagnie d'assurances générales sur la vie", kort daarop gevolgd door „la Nationale", door „l'Union" (thans nog de grootste drie Maatschappijen in Frankrijk) en weldra door vele andere. Opmerking verdient het, dat de Levensverzekering aldaar een grooten steun vond in het régime van den veelgesmaden Napoléon 111, wiens zeer verlichte denkbeelden op het gebied van Staathuishoudkunde en volkswelvaart men na 1870 onwillekeurig of opzettelijk schijnt vergeten te hebben. Keizerin Eugénie zelve was zwaar verzekerd ten behoeve van verschillende weldadige instellingen.

Bij de Fransche Levensverzekering-Maatschappijen is, naar schatting, ruim jr. 3.750.000.000 verzekerd, behalve Lijfrente-verzekeringen tot

Ontwikkeling in Frankrijk.

Tegenwoordige Stand.

Sluiten