Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor hunne na te laten betrekkingen. Dit streven is, vooral wat de werklieden betreft, oud. De plannen, gedurende de Fransche Revolutie voorbereid, doch mislukt, voornamelijk door den tegenstand van Robespierre,' hadden feitelijk geen ander doel. Het is zeker loffelijk, dat men op deze wijze van hoogerhand de zorg voor de toekomst in de hand werkt; alleen zijn er sommigen (wier stem echter slechts zelden gehoord wordt), die er iets bedenkelijks in vinden, dat deze Staatszorg zich meestal uitsluitend en alleen op />«wsz'oeMverzekeringen richt, die elke gedwongen verzekering afkeuren, en die vreezen, dat dee Staatsinmenging een eerste stap is in de richting van het Staatsmonopolie op het gebied der Levensverzekering. Ik laat hunne beweringen voor wat zij zijn, en waag het niet hier een oordeel uit te spreken: wilde men dit onderwerp grondig behandelen, daarover zoude een lijvig boekdeel te vullen zijn!

VIII.

Toetsen wij thans den tegenwoordigen toestand in ons vaderland aan de schets, die ik zooeven van den toestand in het algemeen gegeven heb. Reeds wees ik er vroeger op, dat op wetenschappelijk gebied de Nederlanders zich sinds Johan de Witt gelijk zijn gebleven en tot op den huidigen dag op uitmuntende geleerden kunnen wijzen, die in de voorste gelederen staan van hen, die de Wetenschap der Levensverzekering beoefenen. Tot voor niet zeer langen tijd echter bleef het Bedrijf ten onzent achter bij wat het in de omringende landen was. Wij zagen reeds, dat de „Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen", de eerste inrichting van dezen aard, in het jaar 1807 werd opgericht. Sedert duurde het zeer lang voordat er nieuwe Maatschappijen bij kwamen, en eerst in het midden der vorige eeuw zag de Hollandsche Sociëteit hare eerste concurrenten nevens zich verrijzen. Toch gelukte het dezen inrichtingen in den aanvang niet, zich tot een hoogte op te werken als vele harer buitenlandsche zusters. Onder de daarvoor bestaande redenen waren de volgende zeker wel de voornaamste:

1°. De conservatieve aard van het Nederlandsche publiek, dat, wantrouwend gemaakt door ondervindingen in de vorige eeuw en door de latere liquidatie van één Weduwenfonds (het veel besproken en tot op den huidigen dag door tegenstanders onzer zaak als voorbeeld aangehaalde fonds van Te Winkel en Rietvelt!), van „al die nieuwe instellingen" niets weten wilde.

Geschiedenis der laatste jaren en tegenwoordige toestand in Nederland.

Redenen, die do ontwikkeling in Nederland tegen' hielden.

Sluiten