Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bedriegerijen .legena de Maatschappijen gepleegd.

het leven te brengen, teneinde die kleine geldsommen machtig te worden. Dergelijke gevallen zijn later in Hongarije herhaaldelijk voorgekomen. De eigenlijke Levensverzekering zag een der laatste en grootste misbruiken van dezen aard in de monsterachtige misdaad, die in den aanvang van 1895 een vrouw in België voor haar leven in de gevangenis voerde: de vergiftiging van drie naaste bloedverwanten, broeder, zuster en oom!

Mag men in het sporadisch voorkomen van dergelijke gevallen een argument zoeken tegen de Levensverzekering? Zeer zeker niet: van het edelste en nobelste kan meestal het grofste misbruik worden gemaakt. Wie zal b.v. den Godsdienst veroordeelen, omdat er in zijn naam gruwelen gepleegd worden, tot zelfs in onze dagen? Is het te veroordeelen, dat de kinderen de bezittingen hunner ouders erven, omdat het wel eens voorgekomen is, dat een slechte zoon zijn vader vermoordde, om zijn erfdeel in handen te krijgen? Geen instelling mag beoordeeld worden naar het misbruik, dat men ervan maken kan.

Een zeer ruim geweten heeft men ten allen tijde gehad, waar het gold Maatschappijen van Levensverzekering te bedriegen, en het is verwonderlijk, dat het publiek, dat vaak zoo onstuimig middelen eischt om tegen misbruiken der Maatschappijen beschermd te worden, nooit eens op de gedachte komt, dat de Maatschappijen voortdurend aan kleinere of grootere bedriegerijen van de minder scrupuleuse elementen onder het publiek bloot staan. Eenige jaren geleden kwam mij door toeval in handen de brief, waarbij een geruïneerd man aan zijn vrouw kennis gaf van zijn voornemen, zich het leven te benemen. Tevens meldde hij haar, dat hij met het oog daarop zijn leven verzekerd had. Op het couvert stonden in het Engelsch deze woorden: „Ik ga naar „Amerika; om de verzekering te redden 'zal ik het zóó inrichten, dat „men aan een toeval gelooft". Die man begreep blijkbaar niet, dat hij met een diefstal de eeuwigheid zou ingaan. Of houdt een diefstal op diefstal te zijn, wanneer men niet een persoon, maar een Maatschappij, een Vennootschap, besteelt?

Reeds in de vorige eeuw waren oplichters vair beroep buitengewoon vindingrijk, waar het gold middelen te ontdekken om aan Levensverzekering-Maatschappijen geld te ontfutselen. Het eerste voorbeeld van dien aard is ons uit het jaar 1730 bewaard gebleven. Het bedrog werd toen gepleegd door een reeds tamelijk bejaard man en een jonge vrouw, die beurtelings als vader en dochter, als echtpaar en als voorstanders

Sluiten