Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sterftetafele.

i

1 -

i.

Zooals ik reeds gelegenheid had in het Eerste Hoofdstuk aan te toonen, is het hoofdonderscheid tusschen onze tegenwoordige Levensverzekering-Maatschappijen en inrichtingen van denzelfden aard in vroeger tijden daarin gelegen, dat men thans heeft leeren inzien, hoe onontbeerlijk het is, bij dergelijke ondernemingen alleen op wetenschappelijke gronden te bouwen, daarbij als uitgangspunt aannemende de wetten, die de menschelijke sterfte overal en ten allen tijde beheerscht hebben, doch die eerst sinds de laatste twee eeuwen door observatie klaar tot ons bewustzijn zijn doorgedrongen. Die wetten, welke natuurlijk in den loop der tijden wijzigingen ondergaan, naarmate de geneeskunde meerdere vorderingen maakt, naarmate de hygiëne hare voorschriften meer opgevolgd ziet en, in het algemeen, naarmate de sociale toestanden in elk land tot een meerdere of mindere mate van welvaart leiden, die op haar beurt op de sterfte influenceeren moet, — die wetten vinden haar eenvoudigste en tevens volkomenste uitdrukking in de zoogenaamde „sterftetafels".

Onder een sterftetafel verstaat men een lijst van getallen, die aanwijzen, hoevele personen van een zeker aantal gelijktijdig geborenen nog in leven zijn na één jaar, na twee jaren, na drie jaren, enz., totdat de laatste hunner overleden is. Het spreekt vanzelf, dat de sterftewctten, die men uit die cijfers afleidt meer betrouwbaar zullen zijn, naarmate het aantal gelijktijdig geborenen, dat men tot uitgangspunt voor de tafel genomen heeft, grooter is. Bij de meeste tegenwoordig in gebruik zijnde sterftetafels bedraagt dit aantal niet minder dan 100.000. Zulk een sterftetafel bevat b.v. de volgende cijfers:

Van 100.000 gelijktijdig geborenen zijn er na één jaar nog 78.404 in leven, na twee jaren nog 71.967, na drie jaren nog 68.875, enz. enz., na 50 jaren nog 44.022, na 70 jaren nog 24.699, na 90 jaren nog 1044, na 98 jaren nog 2!

Dit zijn willekeurige grepen: van jaar tot jaar het aantal overgeblevenen op te geven, zou mij tot een dorre opéénhooping van cijfers brengen, die een allesbehalve amusante lectuur zou opleveren.

Het is duidelijk, dat dergelijke tafels verschillende cijfers zullen aanwijzen, naarmate zij betrekking hebben op verschillende landstreken, op verschillende groepen van personen, op de gezamenlijke bevolking van bepaalde streken, enz. Voor mannen zijn zij anders dan voor vrouwen,

Sluiten