Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarschijnlijke evens duur.

hare berekeningen beschouwt in verband met deze ot gene DepaamL persoon, iets wat door leeken dikwijls geschiedt en waardoor zij volkomen verkeerde voorstellingen omtrent de inrichting van Levensverzekering-Maatschappijen verkrijgen. Meermalen zal ik nog gelegenheid hebben op deze verkeerde opvattingen te wijzen, en bepaal mij er thans slechts toe, het algemeene principe te releveeren: LevensverzekeringMaatschappijen rekenen bij groepen, niet bij individuen.

Aangezien ik onmogelijk de geheele techniek der Levensverzekering behandelen kan, en ik mij beperken moet tot het bespreken der grondideeën, kan ik ook niet volledig uiteenzetten, welk gebruik men van de sterftetafels maken kan. Daarom zal ik thans nog slechts over de beide volgende punten handelen:

1°. Hoe men den waar schijnlijken levensduur uit de sterftetafel bepalen kan.

2°. Hoe men de premiën voor een gewone verzekering bij overlijden uit de sterftetafel kan berekenen.

Nemen wij aan, dat een sterftetafel aanwijst, dat van een zeker aantal gelijktijdig geborenen er na 50 jaren nog 44.000 in leven zijn. Om dan den waar schijnlijken levensduur van 50-jarige personen te bepalen, heeft men eenvoudig na te gaan, wanneer dat getal van 44.000 tot op de helft verminderd zal zijn. Wij vinden dan, dat de sterftetafel aanwijst, dat er van die 44.000 personen op 72-jarigen leeftijd nog 22.000 in leven zijn, d. i. juist de helft. Dus zal de waarschijnlijke levensduur voor 50-jarige personen 72 — 50 = 22 jaren bedragen. Immers een normaal persoon van 50 jaren zal evenveel kans hebben den leeftijd van 72 jaren te overschrijden als hij kans heeft vóór dien tijd te sterven. Niemand kan vooruit weten welke individuen onder de 44.000 50-jarigen den leeftijd van 72 jaren zullen bereiken, maar wél kan men zeggen, dat de helft van die groep zoo oud worden zal, zonder eenig bepaald persoon onder hen vooruit te kunnen aanduiden als zullende behooren tot de gelukkige overlevenden.

Hieruit volgt tevens de juiste beteekenis van de uitdrukking „waarschijnlijke levensduur", waarvan men zich vaak een geheel verkeerde voorstelling maakt, vooral met het oog op het geneeskundig onderzoek. Wanneer ik over dit laatste meer uitgebreid handelen zal, hoop ik ook op dien waarschijnlijke!! levensduur nog terug te komen.1)

') Zie het zesde Hoofdstuk, II, ,,Uoel van het geneekundig onderzoek'

Sluiten