Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daaruit trokken wij de conclusie, dat de Maatschappij voor al die 100 uitkeeringen gedekt is, wanneer iedere persoon ƒ ~Q betaalt. Wanneer men van die 100 personen er één uitkiest, zal men echter volstrekt niet kunnen aannemen, dat die speciale persoon door de betaling van / fm de Maatschappij dekt voor de uitkeering, die zij speciaal aan hem zal hebben te doen. Evenmin als het vooruit uit te maken is, of deze bepaalde verzekerde tot de lang- of tot de kortlevenden zal behooren, evenmin kan men de waarde van de aan hem te betalen uitkeering vooruit bepalen. Die toch hangt geheel samen met het tijdstip, waarop uitbetaald moet worden, d. w. z. met den levensduur, die aan dezen bepaalden verzekerde nog beschoren, maar door niemand vooruit te bepalen is. Het is dus onmogelijk vooruit te zeggen, door welk bedrag de verzekerde de Maatschappij bij het aangaan der verzekering dekken zou voor die uitkeering, waarvan de contante waarde onzeker is. Wèl echter kan men erop rekenen, dat, zoo alle ioo verzekerden bij den aanvang hunner verzekering / betalen, de Maatschappij gedekt zal zijn voor 100 x één uitkeering van /1, die zij bij het overlijden van elk hunner zal hebben te betalen. Daaruit volgt dus onmiddellijk, dat diegenen, welke lang in leven blijven, door het meerdere, dat zij betalen, de Maatschappij in staat stellen, de uitkeeringen te doen aan de rechthebbenden van diegenen, die wegens hun spoedig overlijden slechts weinig betaalden. De langlevenden betalen het te kort voor de vroegstervenden, en de uitkeering bij overlijden, welke ieder individueel door zijn geringe bijdrage niet zou kunnen verzekeren, wordt mogelijk, doordat vele individuen zich tot één groep vereenigen, d. i. door coöperatie.

Inderdaad berust elke verzekerings-onderneming hoofdzakelijk op de coöperatie van personen, die individueel niet in staat zouden zijn zich de voordeelen der verzekering te verschaffen. Trouwens, lang voordat de Levensverzekering-Maatschappijen haren tegenwoordigen vorm hadden aangenomen, ja, reeds bij de eenvoudige Instellingen van Voorzorg van de Oudheid en de Middeleeuwen — die wij in het vorige Hoofdstuk leerden kennen —, was het de idéé der coöperatie die daaraan ten grondslag lag. Wat deden de Begrafenisvereenigingen der Romeinen, wat deden de Sterf tekassen der Gilden anders, dan door coöperatie verzekering mogelijk maken? Bij onze tegenwoordige LevensverzekeringMaatschappijen is de coöperatieve idéé echter tot veel grootere volmaaktheid gebracht.

Uit dezen coöperatieven grondslag volgt nog (hetgeen reeds uit de

Sluiten