Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn zal, evenmin als een mensch zou kunnen beweren, steeds in krachten te zullen toenemen tot in eeuwigheid, leder organisme heeft zijn periode van opkomst, van een toename der krachten, daarop een tijd van algeheele, volle ontwikkeling, en eindelijk een tijdvak van langzaam verval, dat met den dood eindigt. Zoo heeft elke onderneming — werkelijk niet alleen een Levensverzekering-Maatschappij! — een tijd van opkomst, van hoogsten bloei en vervolgens van verval, dat ook bij haar met den dood eindigt. Het komt er maar op aan, dat zij, wanneer haar laatste uurtje geslagen is, aan al haar verplichtingen heeft voldaan. Dat nu kan geen Levensverzekering-Maatschappij zonder een voldoende reserve.

Bovendien kan elke Maatschappij door onverwachte omstandigheden gedwongen worden, geene nieuwe verzekeringen meer af te sluiten en te volstaan met het vervullen van de verplichtingen, die zij reeds op zich genomen heeft. Dit laatste echter kan zij niet, indien zij geen reserve bezit.

Op de mogelijkheid van zulk een liquidatie moet elke Maatschappij bedacht zijn. In welken vorm deze komen zal is onzeker: 't zij doordat er minder en minder afgesloten wordt, zoodat het verzekerd bedrag eindelijk tot nul gereduceerd wordt, 't zij doordat op een gegeven oogenblik het sluiten van nieuwe verzekeringen gestaakt wordt en de reeds bestaande, naarmate zij vervallen, worden afgewikkeld, totdat de laatste op bevredigende wijze haar einde gevonden heeft.

Het moge lang of kort duren, eens begint het verval! Wat moet een Maatschappij in kas hebben, om dan aan al hare reeds bestaande verplichtingen te kunnen voldoen? Had zij 'de contante, tegenwoordige waarde van de verzekerde sommen, die zij in de toekomst zal hebben uit te betalen, geheel in kas, dit bedrag zoude veel te groot zijn. Immers zij zou dan geen rekening houden met alle premiën, die zij in de toekomst uit de nog bestaande verzekeringen te ontvangen heeft. Wanneer men dus de contante waarde van die premiën aftrekt van de contante waarde der verzekerde sommen, zal men het juiste bedrag vinden, dat elke Maatschappij in kas moet hebben. Door daarvan, èn van de premiën, die zij nog successievelijk ontvangt, rente te kweeken, zal haar kas juist over voldoende middelen blijven beschikken, om aan de zich geleidelijk voordoende uitkeeringen het hoofd te bieden, totdat er geene uitkeeringen meer te doen zijn.

De reserve eener Levensverzekering-Maatschappij vertegenwoordigt

Sluiten