Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolge duurt het bij u wat langer, voordat de aandeelhouders of de verzekerden hun winst uitgekeerd krijgen, hetgeen dunkt mij niet in hun voordeel is. Bovendien heeft Uw methode het bezwaar, dat wegens de te hooge reserve de te beleggen waarden der Maatschappij ook noodeloos toenemen, iets, dat bij de in sommige perioden bestaande moeilijkheid om goede geldbeleggingen te vinden, niet wenschelijk is. Overrijkdom is voor geen Maatschappij aan te bevelen!

Hiermede breek ik het gesprek af, waaruit de hoofdargumenten vóór en tegen de netto-methode blijken kunnen. Niemand heeft ooit beweerd, dat zij niet solide is; maar zeer velen houden vol, dat zij niet de eenige solide methode genoemd mag worden.

Ten slotte merk ik nog op, dat, hoewel de netto-methode een grootere reserve geeft dan de methode met reserve-premie, daaruit nog volstrekt niet volgt, dat eenzelfde verzekering bij een Maatschappij,.die de nettomethode volgt, een grootere reserve heeft dan bij een andere, die zulks niet doet. Slechts dan zal dit het geval zijn, wanneer beide dezelfde sterftetafels gebruiken. De grootte der reserve toch hangt natuurlijk samen met de sterftetafel, die bij de berekening daarvan gebruikt wordt. De reserve met netto-premie volgens een tafel, die een geringe sterfte aanwijst, kan kleiner zijn dan de reserve met reserve-premie volgens een tafel, die een grootere sterfte aangeeft. Het stoutweg beweren van sommigen, dat een Maatschappij, die de netto-methode niet volgt, minder reserveert dan een andere, die zulks wel doet, gaat derhalve niet in alle gevallen op.

Uit de formule voor de reserve volgt nog één zaak, n.1. dat de berekening daarvan geschieden kan groepsgewijze, voor alle verzekerden van denzelfden leeftijd. Immers in de formule: K—P (of P', of P") r zijn alle grootheden afhankelijk van den ouderdom: zoowel de contante waarde van de verzekerde som als die van de nog te ontvangen premiën. Voor denzelfden leeftijd zijn die grootheden altijd even groot. Derhalve kunnen de verzekerden van denzelfdeii leeftijd steeds tot één groep samengevoegd, en voor elk van die groepen afzonderlijk de reserve berekend worden.

Sluiten