Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Sinds langen tijd hebben de Levensverzekering-Maatschappijen de ;ewoonte ingevoerd, dat verzekerden bij overlijden, die sinds eenigen ;ijd hunne premiën betaald hebben, een zeker bedrag daarvan geresti;ueerd kunnen krijgen, indien zij hun verzekering laten loopen, d. w. z. ie Maatschappijen koopen in zulke gevallen de verzekering af. De vraag, )f de verzekerden geacht kunnen worden op dien afkoop recht te hebben, aat ik hier onaangeroerd. Het eenige, wat ons thans heeft bezig te rouden, is de vraag: Hoe groot kan die afkoopsom zijn, en op welke wijze berekent men haar?

Datgene, wat van de aan de Maatschappij betaalde premiën feitelijk in kas blijft, vormt, mèt de daarvan gekweekte rente, de reserve. Het jverige van de premiën wordt uitgegeven aan uitkeeringen, onkosten m dient eventueel tot de vorming van eenige winst.1) Van het gedeelte, Jat eenmaal uitgegeven is, kan natuurlijk niets gerestitueerd worden. Derhalve is het duidelijk, dat de afkoopsommen gebaseerd moeten worten op de aanwezige reserve. Maatschappijen, die, ingeval van staking Ier premiebetaling, een breukdeel der betaalde premiën, b.v. y4 of % Jaarvan, teruggeven, berekenen de afkoopsommen niet op de eigenlijk juiste basis. Want uit mijne uiteenzettingen omtrent de reservejerekening blijkt reeds voldoende, dat de reserve volstrekt niet berekend wordt uit de reeds betaalde premiën, zoodat er geen directe samenhang bestaat tusschen deze en de in kas zijnde gelden.

Reeds had ik gelegenheid erop te wijzen, dat het onmogelijk is, de ■eservewaarde van één bepaalden post te berekenen, doch dat men alleen titrekenen kan, hoeveel men op eiken bepaalden post van een groep ^an verzekerden reserveeren moet, opdat het totaal dier gereserveerde sommen de juiste reserve uitmake voor die groep van verzekeringen.

1) Naar aanleiding van deze woorden, die uit den eersten druk onveranderd zijn wergenomen, is mij door een vakman verweten, dat ik de zaak wel wat al te luchtïartig opnam. Ik zoude daarmee de leer verkondigd hebben, dat men eerst maar zoozeel men wilde voor onkosten, winst, enz. van de premie zou kunnen afhouden en ian de rest als reserve kunnen beschouwen. Ik heb het niet noodig geoordeeld in dezen tweedjB druk eenige verandering in die woorden te brengen. Immers voor ieder, die ezen kan, moet het duidelijk zijn, dat, waar eerst breedvoerig gesproken wordt over Ie berekeningswijze der reserve, niet nog eens behoeft geconstateerd te worden, dat .leze nu ook heusch berekend moet worden, en dat alleen de rest voor uitkeeringen, :nz. disponibel blijft.

Afkoop.

Sluiten