Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

Alles wat in dit Hoofdstuk tot dusverre zeide, heeft uitsluitend betrekking öp verzekeringen bij overlijden, zooals ik ook meermalen de gelegenheid vond op te merken. Het zoude mijn bestek verre te buiten gaan en mijne lezers ongetwijfeld vermoeien, wanneer ik even uitvoerig wilde zijn over andere soorten van verzekering. Uit den aard der zaak kan ik verreweg de meeste zaken, die op de theorie betrekking hebben, slechts even aanstippen, en bepaal mij daarom thans tot enkele vluchtige opmerkingen omtrent de verzekeringen bij leven en de lijfrenten, de twee andere hoofdvormen van Levensverzekering.

Eenzelfde Maatschappij behoort voor de berekening harer premiën en reserven voor die soorten van verzekeringen niet altijd dezelfde sterftetafels te bezigen als voor de verzekeringen bij overlijden. Het is rationeel, dat hierin verschil besta. Bij verzekeringen bij overlijden kiest de Maatschappij zelve de levens, waarop zij het risico der verzekering wil aanvaarden: ongezonde personen worden niet aangenomen. Bij verzekeringen bij leven en lijfrente-verzekeringen speelt echter de eigen keuze der verzekerden een groote rol. Niemand, die zich ongezond gevoelt, zal tot een dergelijke verzekering overgaan; de Maatschappij sluit dus alleen zulke contracten met personen, die van zichzelven meenen, dat hun gezondheid goed is, en dus gelooven, dat de Maatschappij een schadepostje aan hen hebben zal. Die eigen keuze is gebleken van nog meer invloed te zijn dan de keuze der Maatschappij bij verzekeringen bij overlijden. Het is dan ook een dikwijls geconstateerd feit, dat onder lijfrenteniers en verzekerden bij leven de sterfte betrekkelijk gering is, waartoe wellicht de zedelijke rust, die het geeft, wanneer men weet, dat men tot het einde van zijn leven verzorgd is, ook nog medewerkt. Men tracht daarvoor een tegenwicht te vinden door het gebruik van andere sterftetafels dan bij verzekeringen bij overlijden, welke tafels aanleiding geven tot iets hoogere premiën. Daarbij moet in het oog gehouden worden, dat èn bij verzekeringen bij leven èn bij lijfrenten een tafel, die een geringe sterfte aanwijst, hooge premiën zal geven, omdat hierbij een geringe sterfte in het nadeel der Maatschappij is, juist andersom als bij verzekeringen bij overlijden. Bij lijfrenten gebruiken vele Maatschappijen afzonderlijke tafels voor mannen en voor vrouwen, omdat de sterfte onder vrouwen iets geringer is dan onder mannen, en juist onder de vrouwen het sluiten van lijfrenten veel voorkomt.

Verzekeringen bij leven en lijfrenten.

Kigen keuze der verzekerden.

Sluiten