Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

instelling is volgens hen uit den booze, „want" — zoo zeggen zij — „God zorgt voor weduwen en weezen; wie meent daarvoor zelf te moeten zorgen, wantrouwt Gods goedheid!" — Ik weet het, iedere godsdienstige overtuiging moet gerespecteerd worden, maar hebben wij hier wel te doen met een werkelijke overtuiging? Is het niet veeleer een te snel uitgesproken oordeel van den vromen geloovigen, eerlijk gemeend, maar ondoordacht? En zal niet, zoo hij tot ernstig nadenken gebracht wordt, zijn oordeel wijziging ondergaan, en hij tot het inzicht komen, dat wat hij voor godsdienstig, voor vertrouwen op God aanzag, feitelijk het omgekeerde is: ongodsdienstig en wantrouwen in Zijn macht?

Het spreekt vanzelf, dat ik hier geen verhandeling houden kan over de wederlegging dezer godsdienstige bezwaren. Een grondige en uitvoerige behandeling daarvan voegt aan een meer bevoegde pen dan de mijne. Maar toch wil ik even zeggen, hoe naar mijn bescheiden oordeel, de valschheid in de bovenvermelde redeneering het best wordt aangetoond. Dit kan daardoor geschieden, dat men duidelijk in het licht stelt, hoezeer elke, zelfs de geringste, daad van voorzorg het karakter van verzekering draagt, en hoe het geheele bestaan van den mensen een aanéénschakeling van zulke daden van voorzorg is. Het geringste kruimpje brood, dat ge voor den dag van morgen bewaart, het kleinste penningske, dat ge overlegt, getuigt van Uw voorzorg.' Ge spaart! — Is het sparen zondig, omdat het geschiedt met het oog op den kwaden dag en ge, naast God, op Uwe spaarpenningen bouwt? — Ge kleedt U warm, ge woont in een goed huis en zit >s winters bij het haardvuur! — Is dat zondig, omdat- het geschiedt om de koude te verdrijven, en ge alleen op God's goedheid hadt moeten bouwen, die U daartegen ook zonder dat beschermd zou hebben? — Niemand zal deze vragen bevestigend beantwoorden. Ge maakt eenvoudig gebruik van de middelen, die God U geschonken heeft, om voor den dag van morgen te zorgen, om tegen koude en nood beschermd te zijn. Waarom zoudt ge dan het middel versmaden, dat God U biedt, om voor vrouw en kinderen te zorgen, zelfs na Uw dood? Het bekende woord uit het Evangelie: „Zijt niet bezorgd voor den dag van morgen", heeft een geheel andere beteekenis dan: „Zijt zorgeloos". Juist door te zorgen, zult ge niet bezorgd zijn, en wie zichzelf helpt, dien helpt God. Wanneer ge zeidet: „Ik heb mij verzekerd, nu kan God mij en de mijnen niet meer treffen", zoudt ge zondigen; maar als ge zegt: „Ik heb mij verzekerd; met Gods hulp zullen mijne vrouw en kinderen thans geen

6

Sluiten