Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat men de prijzen dan maar wat verlagen en zich met wat minder winst tevreden stellen moet. Enkele eenvoudige voorbeelden kunnen de valschheid van deze stelling toelichten.

Toen in de vorige eeuw het gebruik van stoom op fabrieken werd ingevoerd, was daarvan het gevolg een verlaging van de prijzen der fabrieksartikelen. Daarmede ging echter gepaard een verhooging van de winsten der fabrieken.

De Nederlandsche Maatschappijen van Levensverzekering werden langen tijd door de voorschriften der Regeering gedwongen, voor hare berekeningen sterftetafels te gebruiken, die een te hooge sterfte aanwezen, en daardoor hooge premiën opleverden, dus premiën, waarop een zeer groote winst zat. Wat was het gevolg? Dat zij niet tegen de buitenlandsche concurrentie opgewassen waren en geene groote winsten maakten. Nauwelijks bleek het, dat de voorschriften der Regeering op dit punt niet behoefden te worden opgevolgd, of er volgde een algemeene verlaging der tarieven. Het resultaat was een even algemeene toename der winsten. Sprekender bewijs, dat groote winsten niet haar oorzaak vinden in te hooge premiën is wel niet denkbaar. Indien een verdere verlaging der tarieven mogelijk ware, alle Maatschappijen zouden zich haasten die te bewerkstelligen: de Levensverzekering zoude daardoor onder het bereik van meerderen komen, en de winsten ongetwijfeld toenemen. Maar de sterftetafels, in verband met den rentevoet en de te maken onkosten, wijzen een grens aan, beneden welke men niet gaan kan, zonder verlies te lijden. De concurrentie heeft de meeste Maatschappijen reeds ertoe gebracht, die grens zoo dicht mogelijk te naderen. Geene ondoordachte redeneeringen mogen haar ertoe verleiden, die grens te overschrijden!

Lage premiën beteekenen dus volstrekt niet geringe winsten, evenmin als hooge premiën groote winsten beteekenen. Men moet niet uit het oog verliezen, dat de winst van elke onderneming, op welk gebied ook, voor een groot deel afhangt van de wijze, waarop die onderneming geleid wordt.

Inderdaad komen we hier op het punt, waarop alles aankomt. Bij elke zaak, die gewone prijzen verlangt, is de kans op winst vooral afhankelijk van den meer of minderen ijver, de vakkennis, de werkkracht, het juiste inzicht, de rationeele zuinigheid van hen, die aan het hoofd staan. En wanneer men zich twee zaken denkt, even groot en onder gelijke omstandigheden arbeidend, dan is het zeer góed mogelijk, dat

Invloed van d' leiding eener on derneming op d winsten.

Sluiten