Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eene zoodanig geleid wordt, dat zij steeds meer winst afwerpt, terwijl de andere door slechte leiding op dezelfde hoogte blijven, ja te gronde gaan kan. Dit alles spreekt zóózeer vanzelf, dat het overbodig zijn zou erop te wijzen, indien er in den tegenwoordigen tijd niet een strooming bestond, die het maken van groote winsten afkeurt.

Hij, die juist genoeg voor zijne zaken werkt om ervan te kunnen leven, maar geen énergie heeft om meer te doen, geen werklust om zijn zaak tot hooger bloei te brengen, welnu, met hem heeft men vrede: hij leeft tenminste eenvoudig, hij zwelgt niet in overvloed! Maar wanneer iemand, die in dezelfde omstandigheden verkeert, niet rust, voordat hij aan zijne zaken een aanzienlijke uitbreiding gegeven heeft, wanneer hij van 's ochtends tot 's avonds met tact en kennis werkt, en, als vrucht van zijn werken, zijne winsten ziet toenemen en dus op grooten voet leven kan, dan besteelt hij het publiek, dan zet hij zijn klanten af! — „Waar zou de man anders al dat geld vandaan halen?" — Ik beweer niet, dat iedereen zoo spreekt, maar wèl, dat velen het doen en dat hun aantal toeneemt. Zeer in het bizonder heeft men het in deze op Levensverzekering-Maatschappijen voorzien.

„Maatschappij A, dat is een Maatschappij, zooals 't behoort; die „stelt zich met een kleine winst tevreden en klopt den verzekerden „niet het geld uit den zak om er goede sier van te maken!" — zoo hoort men; en Maatschappij A is een kleine, solide onderneming, wier Directie zich niet al te veel moeite geeft om de zaken uit te breiden, en op voet van oorlog staat met den 8-uurswerkdag. „Zie nu eens naar Maatschappij BI Dat maakt maar tonnen winst. Waar komt al dat geld „vandaan? Natuurlijk van ons, arme verzekerden!" — zoo hoort men verder; en Maatschappij B is een onderneming, die, klein begonnen, door een Directie, die rusteloos zwoegde en werkte, en voor wie zelfs de 8-uurswerkdag te kort scheen, ten koste van moeite en opofferingen groot geworden is en flinke winsten afwerpt. — „Ja, maar de verzekerden moeten het dan toch maar betalen!" — „En als nu de Maatschappij B, met zijne groote winsten, eens lagere premiën heeft dan de Maatschappij Al Wat blijft er dan van Uw argumentatie over?!" —

Vooral uit deze laatste tegenstelling blijkt het domme en ondoordachte van redeneeringen als de boven aangehaalde. Daardoor wordt alle werklust en ondernemingsgeest gedood.

Sluiten