Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijen aat-

geen kwaad, te waarschuwen tegen het verkorten van de rechten der aandeelhouders van Naamlooze Vennootschappen — ook van Levensverzekering-Maatschappijen ! — terwille van die toenemende strooming. Het dient uitdrukkelijk geconstateerd te worderi, dat, aangezien bij een Levensverzekering-Maatschappij op aandeelen de aandeelhouders de ondernemers zijn, de ondernemerswinst ook uitsluitend aan die aandeelhouders toekomt. Dit moge conservatief en weinig modern schijnen, het berust niettemin op rechtsgronden, die niemand ontkennen of wegredeneeren kan!

Is nu dat aandeelenkapitaal werkelijk nuttig? Die vraag moet, dunkt mij, bevestigend beantwoord worden. In het vorige Hoofdstuk heb ik erop gewezen, dat het grootste deel der onkosten van alle verzekeringen in het eerste jaar moet worden afbetaald1). Bovendien komen er bij de oprichting eener Maatschappij allerlei kosten kijken, meestal tot een aanzienlijk bedrag. Er moeten gesalarieerde personen worden aangesteld, om de zaken te drijven, Agenten of Inspecteurs dienen eveneens gehonoreerd te worden — in één woord, er moet een staf van personen aangesteld worden, die zich geheel aan de zaak wijden en daarvan ook leven moeten. Een beginnende Maatschappij, die misschien nog geen enkele verzekering heeft loopen, kan die uitgaven natuurlijk niet uit hare premie-ontvangsten bestrijden. Hier springt dus het maatschappelijk kapitaal bij, m. a. w.: de oprichting, met al hare kosten, en de uitgaven, zoolang zij nog niet gedekt kunnen worden uit de premie-ontvangsten, zijn slechts mogelijk door de hulp van het maatschappelijk kapitaal. Die hulp wordt beloond, doordat aan de aandeelhouders uitkeeringen uit de gemaakte winst (dividenden) ten goede komen. Door latere afschrijvingen uit de gemaakte winsten, wordt het voorschot van het maatschappelijk kapitaal weder gedelgd. De gestorte gelden worden wel niet aan de aandeelhouders teruggegeven, doch in de boeken der Maatschappij vinden die afschrijvingen plaats, zoodat de gestorte gelden ten slotte weder intact in de kas der Maatschappij aanwezig zijn. Over dat bedrag blijft men echter het dividend verschuldigd, want het eenmaal gestorte deel van het aandeelenkapitaal is onaflosbaar. Zoo dikwijls, tengevolge van eene uitbreiding van het arbeidsveld der Maatschappij, plotseling weder groote uitgaven moeten gedaan worden, die feitelijk met oprichtingskosten gelijk staan —

l) Zie blz. 54 v.v.

Sluiten