Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen wij b.v. aan voor de vestiging eener succursale —, kan, zoo noodig, opnieuw een beroep gedaan worden op het maatschappelijk kapitaal. Op die wijze is dat kapitaal een middel, waardoor het arbeidsveld der Maatschappij geleidelijk uitgebreid, het aantal harer verzekerden steeds grooter en daardoor haar winstcijfer steeds aanzienlij keiworden kan.

Een Onderlinge Maatschappij mist dit maatschappelijk kapitaal. Toch is het duidelijk, dat zij hare oprichtingskosten evenmin betalen kan uit premiën, die zij nog niet ontvangt. Daarom wordt ér een fonds gevormd, dat verschillende namen voert, meestal „waarborgfonds"', en bestemd is om bij te springen. Het onderscheid tusschen dit fonds en het maatschappelijk kapitaal eener Naamlooze Vennootschap kan grooter of kleiner zijn. Ook het waarborgfonds wordt meestal door „aandeelhouders"1) bijeengebracht, en dezen wordt niet zelden een vaste rente uitgekeerd, die wel eenigszins aan het dividend der Naamlooze Vennootschappen herinnert, en zelfs drukkender zijn kan, wanneer zij n.1. betaald moet worden, ook al werkte de Maatschappij met verlies. Daartegenover staat echter, dat dit vaste rentecijfer tevens een maximum is, terwijl er voor de dividenden van aandeelhouders eener Naamlooze Vennootschap geen maximum is vastgesteld.

Een ander onderscheid bestaat daarin, dat het waarborgfonds een tijdelijk karakter heeft, en dat dus de gestorte gelden aan de aandeelhouders van dat fonds na zekeren tijd moeten gerembourseerd zijn. Verloor het dit tijdelijk karakter, dan zou men ongetwijfeld met een instelling te doen hebben, die der Naamlooze Vennootschap zeer nabij komt.

Het onderlinge systeem heeft dus vóór, dat na zekeren tijd geene uitkeeringen meer aan „aandeelhouders" verschuldigd zijn en deze ook vóór dien tijd een bepaald maximum niet te boven kunnen gaan; tegen, dat met het aandeelenkapitaal de steun van een krachtig fonds ontbreekt, om de Maatschappij uit te breiden en het gebied harer operatiën telkens te vergrooten. Daarmede is geenszins gezegd, dat een Onderlinge Maatschappij geen groote uitbreiding krijgen kan, en evenmin, dat een Maatschappij op Aandeden steeds een groote uit-

*> Deze ..aandeelhouders" zijn natuurlijk niet de ondernemers, zooals bij Naam

looze Vennootschappen, doch feitelijk niets anders dan crediteuren der Onder „

Maatschappij.

Sluiten