Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ia Levensverzekering „trade" of ,,truBt"?

Zéér eigenaardig is de opvatting, dat het niet geoorloofd zoude zijn van de levensverzekering een winstgevend bedrijf te maken. Deze opvatting werd door een onzer bekendste juristen verdedigd in de Vergadering van de Vereeniging voor de Staatshuishoudkunde en de Statistiek, op 27 September 1900 gehouden2), toen hij de vraag: „Is Levensverzekering ,trade' of ,trust'?" — zonder eenige reserve beantwoordde met: „Trust!" Deze vraag komt mij belangrijk genoeg voor om er even bij stil te blijven staan. Zij kan ook aldus geformuleerd worden: Moet Levensverzekering beschouwd worden als een winstgevend handelsbedrijf of is de verzekeraar niet meer dan de lasthebber van de verzekerden, die bij het volbrengen van dien last geene eigene winsten beoogen mag? Practisch is deze vraag natuurlijk reeds lang opgelost, doordat het meerendeel der bestaande Maatschappijen de Levensverzekering inderdaad als winstgevend bedrijf uitoefent. „Maar" — zoo zeggen sommigen — „die toestand is verkeerd. Doormiddel van levensverzekering mag geen winst gemaakt worden door ondernemers. De „winst van een handelszaak moet afhangen van den persoonlijken „arbeid en het persoonlijke doorzicht van den leider daarvan. De winst „eener Levensverzekering-Maatschappij hangt af van de gunstige afwijkingen in de sterfte der verzekerden: daarop kan niemand invloed „oefenen; 't is een natuurwet, die met doorzicht niets te maken heeft, „en waarvan de verzekerden zeiven, niet eene Maatschappij of hare „Directie, behooren te profiteeren."

In drieërlei opzicht gaat deze redeneering mank:

1°. De bewering, dat een ondernemer niet mag profiteeren van omstandigheden, waarop noch hij noch iemand anders invloed oefenen kan, is onhoudbaar. Aldus redeneerende zou het b.v. voor een exporteur van granen verboden zijn uit te voeren naar een streek, waar de oogst mislukt is en de graanprijzen omhoog gaan! De omstandigheid, dat op den loop der algemeene sterfte (en ook van den rentevoet) door geene Directie invloed geoefend kan worden, kan hoogstens een motief zijn om daartoe uit den aard dej zaak niet gerechtigde verzekerden in de winst te doen deelen2); zij kan nimmer als grond worden aangevoerd, waarom eene handelsonderneming, die het Verzekeringsbedrijf uitoefent, daarmede niet haar voordeel zou mogen doen.

*) Zie blz. 37.

2) Zie blz. 89, v.v.

Sluiten