Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koninklijke i Goedkeuring op do Tarieven.

j

de advertentie voorkomt, en gebruiken die om hunnen verzekeringscandidaten aan te toonen, hoe spoedig hun Maatschappij opeischbaar geworden sommen uitbetaalt.

V

Hoewel dit ietwat kinderachtig en naïef is, ligt er in die wijze van reclame toch niets bedenkelijks, zoolang men maar niet beweert, dat andere Maatschappijen niet zoo spoedig aan hare verplichtingen voldoen, m. a. w. zoolang men er geen concurrentie-xmddeX van maakt: want de coulance der eene Maatschappij bewijst volstrekt niets omtrent de incoulance der andere.

Wij komen thans tot een categorie van reclame-middelen, die, hoewel op zichzelf niet te veroordeelen, toch een eenigszins bedenkelijk karakter krijgen, doordat zij als het ware uitlokken tot vergelijking met andere Maatschappijen, en dan schijnbaar boven die Maatschappijen een voordeel bieden. Bij nader onderzoek blijkt het evenwel, dat dit voordeel denkbeeldig is. Het zijn dus reclame-middelen, die zich meestal in het kleed van concurrentie-middelen hullen, en daarom dikwijls aanleiding geven tot minder juiste gevolgtrekkingen.

In de eerste plaats noem ik een speciaal Nederlandsch reclame-middel, en wel: de Koninklijke Goedkeuring op de Tarieven. Deze Koninklijke Goedkeuring, die vroeger, ingevolge de Koninklijke Besluiten van 1830 en 1833, voor noodzakelijk gehouden werd, heeft, zooals ik reeds in het eerste Hoofdstuk aantoonde1), langen tijd de vrije ontwikkeling van het bedrijf in Nederland belet, doordat zij de Maatschappijen dwong, hare tarieven te berekenen naar verouderde sterftetafels, die de mogelijkheid van concurrentie met het buitenland uitsloten. Immers, zoo men andere sterftetafels gebruikte, werd de Goedkeuring niet verleend. Toen in 1880 de Hooge Raad der Nederlanden aan die Koninklijke Besluiten alle rechtskracht ontzegde, werd dus ook de Goedkeuring der tarieven onnoodig. Toch waren er, en zijn er nóg, Maatschappijen, welke er een onschuldig behagen in scheppen, haar te blijven aanvragen. Merkwaardig genoeg wordt zij ook nog nu en dan verleend, met een deftigheid, alsof niet het hoogste Rechterlijke College des lands haar tot een volkomen noodelooze formaliteit gestempeld had. Wel te verstaan is men sinds 1880 voor het verleenen dier Goedkeuring afgestapt van de vroegere, zonderlinge eischen omtrent het aannemen van ver-

r) Zie blz. 33.

Sluiten