Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor toekomstige betaling wilde maken, zoodat een schuldeischer, te wiens behoeve de verzekering genomen is, niet bevreesd behoeft te zijn, ooit in moeielijkheid te zullen komen door een aanspraak wegens bedrog, die de Maatschappij tegen den verzekerde mocht hebben. Het motief moge dus wellicht loffelijk zijn, de handelwijze zelve is het zeer zeker niet. Men vergeet, dat de polis wel als onderpand voor toekomstige betaling dienst kan doen, maar dat men dit niet als haar gewone functie mag beschouwen. Zij is in de eerste plaats het bewijs van een bestaand contract van toekomst-verzorging, van Levensverzekering, dat meer dan vele andere contracten op „goede trouw" gebaseerd is, en niet dan in de tweede plaats moet zij aan de vereischten beantwoorden, welke men aan een betrouwbaar onderpand voor betaling stellen kan. Het zooeven vermelde middel om haar daartoe te maken, is uiterst gevaarlijk. Ik meen niet beter te kunnen doen dan de woorden aan te halen van een Rescript van den Pruisischen Minister, waarbij de invoering van deze soort van „Unanfechtbarkeit" aan een bekende Duitsche Maatschappij stellig verboden werd. Ziehier de woorden van den Minister:

„Tegen het in het vervolg te huldigen systeem van „Unanfecht„barkeit" heb ik op zichzelf geene bezwaren. Maar men moet daarbij „zekere grenzen niet overschrijden. De voorgestelde bepaling opent

„de deur voor bedriegerijen, en is vooral bedenkelijk bij

„een contract, dat in de allereerste plaats op goede trouw en goed ge„loof gebaseerd is. Onder deze omstandigheden zal ik de ... Maatschappij de verdere uitoefening van haar bedrijf in Pruisen verbieden, „wanneer de nieuwe bepaling, met wier strekking ik mij overigens „vereenig, niet zóódanig wordt geredigeerd, dat er onmogelijk uit op „te maken is, dat de uitbetaling ook geschieden zal, voor het geval „de verzekerde bij de aanvrage opzettelijk een gewichtige onware op„gave deed en daardoor de Maatschappij tot het sluiten van de verzekering „bewoog."

Tot zoover de Minister. Het is dudelijk, dat een Maatschappij, ook al heeft zij het geval van bedrog niet uitdrukkelijk uitgezonderd, nogthans, volgens de eerste grondbeginselen van het recht, de bevoegdheid behoudt, zich daarop te beroepen, zoodat haar belofte, dit niet te doen, eigenlijk een wassen neus is. De kwestie is trouwens, of die belofte vele personen tot het sluiten van een verzekering uitlokken zal: het moeten zonderlinge menschen zijn, die zich gaarne ver-

Sluiten